Europa moet zichzelf verdedigen, niet Trump tevreden houden

woensdag, 10 juni 2026 (20:20) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

De discussie over Europese defensie is door Trump's twijfels over artikel 5 en zijn harde kritiek op bondgenoten nieuw leven ingeblazen. Hoewel de NAVO-top in Den Haag van vorig jaar Europese landen liet instemmen met een stijging naar 5 procent van het bbp voor defensie, bestaat er diep wantrouwen richting Washington. De publieke opinie speelt daar op in: ongeveer 73 procent van de EU-burgers wil dat Europa meer eigen koers gaat varen.

De oorlog tussen de VS en Iran — en de daaruit voortvloeiende herverdeling van middelen — maakt de kwestie urgent. Voor Europa betekent dit hogere energiekosten, lagere economische groei en druk op rente en voorraden. Cruciale capaciteiten zoals luchtverdediging, munitie en inlichtingen voor zowel Oekraïne als Europese afschrikking worden vertraagd of als pressiemiddel gebruikt. De VS hebben zelf aangegeven bestellingen te vertragen omdat eigen noden voorrang krijgen; dat vergroot het risico op gaten in de Europese verdediging.

Het probleem is niet alleen dat Amerika verantwoordelijkheid wil afschuiven — dat proces is deels onvermijdelijk — maar dat die lastverschuiving politiek instrumenteel wordt ingezet. Straf en beloning lijken mede afhankelijk van binnenlandse Amerikaanse politieke voorkeuren; Duitsland werd publiekelijk aangesproken, Polen juist beloond, met concrete gevolgen voor troepen en steun. Zo ontstaat een onbetrouwbare partner in momenten van crisis.

De kernboodschap van het artikel is dat Europa een concreet transitieplan moet presenteren vóór de volgende NAVO-top. Niet om de VS te verdringen, maar om te voorkomen dat een chaotische Amerikaanse terugtrekking de afschrikking ondergraaft. Europa heeft de middelen — economisch, technologisch en demografisch — en, met Oekraïne als partner, reeds bruikbare capaciteiten zoals drones en elektronische oorlogsvoering. Wat ontbreekt is het psychologisch vermogen om echt in termen van Europese machtsvorming te denken en taboes te doorbreken.

Het voorgestelde plan omvat een spoedprogramma, vergelijkbaar met het Manhattan Project, gericht op Europese verwerving en productie van luchtverdediging, langeafstandswapens, satellieten, inlichtingen en commandovoering. Belangrijk is dat het merendeel van de extra defensie-uitgaven binnen Europa blijft, om leveringstijden te verkorten en publieke steun te behouden. Daarnaast moet Europa werken aan het Europeaniseren van de geïntegreerde NAVO-commandostructuur; een Britse SACEUR wordt genoemd als mogelijke tussenvorm die Europees leiderschap uitstraalt zonder puur EU-kader.

Twee valkuilen moeten worden vermeden: de discussie niet laten ontsporen naar het vage of polariserende beeld van een ‘Europees leger’, en vroegtijdig de nucleaire component centraal stellen. Nucleaire afschrikking hoort in het eindstadium van zelfstandigheid, niet als beginpunt; de Amerikanen benadrukken voorlopig de continuering van hun nucleaire paraplu, terwijl Europese nucleaire zelfstandigheid nog verre toekomstmuziek is.

Kortom: wie alleen inzet op het managen van Trump blijft afhankelijk van zijn spelregels; wie met een eigen, realistisch transitieplan komt, maakt van Europese veiligheid eindelijk een Europese verantwoordelijkheid.