Europa moet zichzelf in de geopolitieke Trump-show promoveren van figurant tot hoofdspeler
In dit artikel:
Donald Trump gebruikt zijn politieke tactiek — oorspronkelijk gericht op binnenlandse media-aandacht — steeds vaker op het wereldtoneel. In januari 2026 leidde dat opnieuw tot ophef toen hij luidop de overname van Groenland suggereerde, een semi-autonoom deel van Denemarken en een NAVO-bondgenoot. De kern van het probleem is niet per se dat hij werkelijk van plan is Groenland te annexeren, maar dat hij met zulke provocaties de wereldagenda kan kapen: regeringen, media en publieke discussies worden gedwongen te reageren, waardoor tegenstanders geen ruimte krijgen voor strategisch denken.
De auteur plaatst Trumps aanpak in het kader van een aandachtseconomie: aandacht is de schaars te delven grondstof, en Trump opereert als iemand die die aandacht systematisch claimt door voortdurend incidenten te veroorzaken. Waar politici vroeger politieke crises met een duidelijk begin en einde produceerden, creëert Trump een doorlopende reality-tv-achtige dynamiek zonder slot, met telkens nieuwe schandalen die blijven aantrekken. Groenland is volgens de analyse ideaal daarvoor: strategisch relevant genoeg voor koppen, maar ver genoeg weg dat veel publiek weinig weet — perfect om de discussie te domineren en paniek over veiligheid te zaaien.
De directe reacties in Europa — verontwaardiging, versterkte militaire aanwezigheid in Groenland door Denemarken met steun van Europese landen en Canada — illustreren de strategische impact. Niet omdat men een directe Amerikaanse invasie verwacht, maar omdat retorische druk kosten en risico’s kan verhogen en tot versnipperde tegenreacties leidt. Trump gebruikt daarnaast een transactionele benadering van allianties: loyaliteit kan worden gekocht of afgedwongen, en in de recent gepubliceerde Amerikaanse National Security Strategy wordt Europa explicieter en vaak denigrerend genoemd. Daarmee zet Washington in op verdeel-en-heers binnen Europa: meer nationalistische, pro-Trump leiders worden beloond; bondgenoten moeten nuttig en gehoorzaam zijn.
Voor Europa levert deze attentiekrijgvoering drie grote problemen op. Ten eerste veroorzaakt elke nieuwe crisis een geografisch geconcentreerde reactie — Groenland raakt Scandinavië, tariefpolitiek treft exportlanden, uitspraken over Oekraïne polariseren Oost-Europa — wat leidt tot ad-hoc coalities en fragmentatie. Ten tweede voedt de constante afleiding strategische kortzichtigheid: regeringen reageren reflexmatig in plaats van te werken aan lange termijnbeleid. Ten derde maakt de Amerikaanse tactiek van chaotische provocaties Europa kwetsbaar, omdat verdeeldheid en eindeloze nationale debatten externe druk juist versterken.
De schrijver pleit daarom voor een tweesporenbeleid van Europa. Spoor 1: koelbloedig reageren op directe Amerikaanse dreigingen waar fundamentele principes raken — territoriale integriteit, internationaal recht en zelfbeschikking — maar zonder de theatrale valkuilen in te duiken die Trump uitlokt. Dat betekent één gezamenlijke boodschap en gecoördineerde acties, in plaats van nationale solo’s en emotionele media-uitbarstingen. Spoor 2: los van de dagelijkse relletjes moet Europa onvermoeibaar bouwen aan een eigen, praktische veiligheidsstrategie. Dat vergt geduld, capaciteit en weinig nieuwswaarde — precies wat de aandachtsoorlog probeert te ondergraven.
Concreet moeten Europese prioriteiten samenhangend en uitvoerbaar zijn. Drie speerpunten worden genoemd:
- defensieve capaciteit (luchtverdediging, munitieproductie, cyber, logistiek), zodat Europa niet structureel afhankelijk is van Amerikaanse politieke grillen;
- geo-economische weerbaarheid (minder afhankelijkheid op energie en technologie, meer strategische industrie- en handelspolitiek) om vitale kwetsbaarheden te dichten;
- politieke besluitkracht (minder nationale veto’s bij buitenlands beleid, betere crisiscoördinatie, duidelijke communicatie en bereidheid tot coalities die verder durven te gaan).
Het centrale inzicht is dat een aandachtsoorlog niet wordt gewonnen door telkens in reactie te schieten, maar door de eigen aandacht en prioriteiten te organiseren. Europa moet ophouden provocaties als op zichzelf staande incidenten te behandelen en in plaats daarvan strategische helderheid ontwikkelen: weten wat het wil beschermen en welke lijn het volhoudt. Alleen dan kan het initiatief worden teruggenomen en wordt Europa minder vatbaar voor Trumps chaotische, op aandacht gerichte buitenlandse politiek.