Europa kiest strengere koers: afgewezen asielzoekers kunnen naar uitzetcentra buiten EU
In dit artikel:
De EU heeft maandagavond een politiek akkoord bereikt over een nieuwe Terugkeerverordening die het uitzetten van afgewezen asielzoekers moet bespoedigen. Lidstaten krijgen onder meer de mogelijkheid om terugkeerhubs of transithubs buiten de EU op te zetten in derde landen waarmee afspraken zijn gemaakt, ook als de betrokken personen niet uit dat land afkomstig zijn. Doel is het huidige terugkeerbeleid effectiever te maken omdat relatief weinig mensen zonder verblijfsrecht nu daadwerkelijk de EU verlaten.
De regels leggen strengere plichten op aan vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf: zij moeten meewerken aan het vaststellen van nationaliteit en aan het verkrijgen van noodreisdocumenten via ambassades. Wie niet meewerkt kan met grotere druk en dwang te maken krijgen. Vreemdelingenbewaring wordt uitgebreid: personen die een risico vormen voor openbare orde of nationale veiligheid kunnen eenvoudiger en zonder vaste maximale bewaartermijn worden vastgezet; ook de algemene maximale bewaartermijn wordt verlengd.
Nederland wil, samen met onder meer Duitsland en Oostenrijk, meewerken aan zo’n terugkeerhub; een locatie is nog niet bepaald. Een eerdere verkenning naar Oeganda stuitte op bezwaren van de huidige coalitie (D66, VVD, CDA) vanwege mensenrechtenkwesties. Asielminister Bart van den Brink noemt het akkoord een belangrijke juridische basis om terugkeer efficiënter te organiseren. PVV-Europarlementariër Marieke Ehlers verwelkomt de vergroting van lidstaatbevoegdheden.
Linkse partijen in het Europees Parlement verzetten zich fel en waarschuwen voor mensenrechtelijke risico’s; GroenLinks’er Tineke Strik noemde het plan eerder een “Trumpiaanse deportatiewet”. De verordening moet nog formeel worden goedgekeurd door Parlement en lidstaten; onderdelen zoals de terugkeerhub zouden in het najaar al van start kunnen gaan, andere maatregelen volgen later in verband met nationale wetswijzigingen.