Europa is niet voorbereid om klimaatrampen op te vangen, waarschuwen topwetenschappers
In dit artikel:
Een onafhankelijk comité van 15 topwetenschappers waarschuwt dat de Europese Unie onvoldoende is voorbereid op de toename van klimaatrampen zoals overstromingen, bosbranden, hitte en droogte. De Wetenschappelijke Adviesraad voor Klimaatverandering, waar ook de Belgische onderzoeker Joeri Rogelj aan bijdraagt, wijst op recente voorbeelden — van zware stortregens die Andalusische bergdorpen overspoelden tot een recordhoeveelheid verbrande Europese bossen deze zomer — als illustratie van een trend die alleen maar zal toenemen.
Europa warmt nu ongeveer twee keer zo snel op als de rest van de wereld, met economische schade die al oploopt tot zo’n 45 miljard euro per jaar. De adviesraad stelt dat de EU zich moet voorbereiden op een wereld die tegen 2100 minstens 2,8 °C warmer is; voor Europa kan dat neerkomen op circa 4 °C boven het pre-industriële niveau, terwijl het continent nu al rond 2,4 °C zit. Dat vereist niet alleen het terugdringen van broeikasgassen, maar ook grootschalige aanpassingsmaatregelen.
Concreet pleiten de wetenschappers voor een EU-brede, langetermijnvisie en overkoepelende adaptatiestrategie die alle sectoren dekt: zorgen voor drinkwater en voedselzekerheid bij lange droogtes, betere bescherming van kwetsbare groepen tijdens hittegolven, behoud van natuur tegen branden en versterking van kustinfrastructuur tegen zeespiegelstijging. Huidige plannen blijven vaak nationaal of lokaal en houden onvoldoende rekening met grensoverschrijdende risico’s. De adviesraad roept op tot bindende Europese doelen, meer EU-brede monitoring en studies en betere samenwerking om privaat kapitaal voor noodzakelijke investeringen aan te trekken. Daarbij is politieke continuïteit nodig die verkiezingscycli overstijgt.
De raad waarschuwt dat uitstel of gefragmenteerde aanpak de economische en sociale fundamenten van de EU ondermijnt — van veiligheid en energie-autonomie tot sociale cohesie en democratische stabiliteit. Tegelijk oordeelt de adviesraad dat de voorgestelde CO2-doelstelling van circa 90% reductie tegen 2040 onvoldoende is, vooral omdat uitzonderingsregels (zoals het afkopen van maximaal 5% reductie via projecten in het buitenland) het resultaat kunnen verzwakken. Kortom: zowel sterkere mitigatie als veel ambitieuzere, gecoördineerde aanpassing zijn volgens de experts dringend noodzakelijk.