Europa is niet klaar voor een echte oorlog, zegt deze Oekraïense oorlogsheld: 'Generaals in het Westen bereiden zich voor op oorlogen uit het verleden'
In dit artikel:
Dmytro Kasjtsjenko, 46, voormalig plaatsvervangend commandant van het 20ste Legerkorps en drager van de titel Held van Oekraïne, waarschuwt dat Europa en de NAVO te weinig leren van de oorlog in Oekraïne. Kasjtsjenko, die sinds 2014 tegen Russische troepen vecht en in 2022 onder meer bij de verdediging van Kyiv en zware gevechten rond de luchthaven van Donetsk betrokken was, ziet in de Russische tactiek geen chaotische verspilling, maar een berekende strijdwijze: ongetrainde aanvalsgolven die opzettelijk verlies veroorzaken om Oekraïense manschappen en voorraden uit te putten, gevolgd door inzet van goed getrainde special forces om verzwakte posities te veroveren.
Zijn ervaringen aan het front — onder meer het toebrengen van zware verliezen aan de vijand en de vernietiging van tientallen voertuigen bij Bilohorivka — vormen de basis van zijn kritiek op westerse doctrine. Volgens Kasjtsjenko rusten NAVO-legers te veel op dure precisiewapens, luchtoverwicht en kleine, hooggetrainde eenheden. Zij zijn volgens hem niet mentaal of tactisch voorbereid op een conflict waarin de tegenstander massale aanvallen combineert met constante observatie en snelle vernietiging vanuit de lucht: drones maken commandoposten en logistieke achterkanten uiterst kwetsbaar.
Hij wijst op recente oefeningen in Scandinavië waar Oekraïense droneteams deelnamen: NAVO-eenheden zouden daar binnen minuten zijn uitgeschakeld. Kasjtsjenko benadrukt dat eenheden moeten leren opereren zonder gegarandeerd luchtoverwicht en dat verkenning en drone-ondersteuning essentieel zijn om infanterie te laten bezetten wat drones niet kunnen innemen. De practicaliteit daarvan ziet hij ook terug in zijn academische werk: hij promoveerde op crisismanagement en koppelt die kennis aan zijn frontervaring.
Daarnaast bekritiseert hij de starre hiërarchie binnen de Oekraïense militaire top, die volgens hem vastzit in een Sovjetachtige cultuur en daarmee frontsoldaten, die vaak betere situational awareness hebben, onvoldoende ruimte geeft om flexibel te handelen. Die bureaucratische koudheid, zegt hij, heeft onnodig levens gekost en droeg mee aan zijn recente vertrek uit de gelederen — officieel om medische redenen, gezien oude verwondingen, maar ook uit ergernis over die militaire top.
Kasjtsjenko waarschuwt ook voor de maatschappelijke kant van oorlog: massamobilisatie lukt niet van de ene op de andere dag. Als honderdduizenden ongetrainde rekruten nodig zouden zijn, zijn er nu nog geen plekken, trainers of infrastructuur om hen snel in te passen. Hij vergelijkt oorlogsinvesteringen met Formule 1: de race is het zichtbare eindresultaat van jarenlange dure voorbereiding, trainingen en kapotte prototypes. Europese samenlevingen en economieën moeten volgens hem bereid zijn langdurig in training, logistiek en materiaal te investeren.
Tot slot pleit hij voor meer burgerkennis: elementaire overlevingsvaardigheden en medische basiszorg zouden in onderwijsprogramma’s moeten, zodat mensen niet hulpeloos toekijken bij rampen of aanvallen. Zijn boodschap is helder: het huidige Europese veiligheidsdenken moet radicaal aangepast worden aan een oorlogsvorm waarin drones, snelle adaptatie en massale uitputtingsstrategieën centraal staan.
Het Oranje Café: Arnaut Danjuma vertelt over Abdelhak Nouri: 'Ik ben eergisteren nog bij hem thuis geweest'