Eurobonds zonder aantasting van soevereiniteit; het kan | opinie

zaterdag, 29 november 2025 (12:13) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Nick Kounis en Sandra Phlippen (beiden werkzaam bij ABN AMRO) stellen dat het verval van vertrouwen in Amerikaanse instituties en het recentere verzwakken van de dollar een kans biedt voor Europa om een nieuw, eurogestuurd veilig beleggingstype op de markt te brengen: verhandelbare Euro-obligaties op basis van een “blauw-rood” systeem.

De aanleiding is volgens hen dat dit jaar meerdere ontwikkelingen in de VS — onder meer het afbouwen van beleid en instituties en een periode van protectionistische maatregelen — beleggers deden twijfelen aan de status van de dollar als onbetwiste veilige haven. Normaal trekken financiële schokken kapitaal naar Amerikaanse staatsobligaties en de dollar, wat de VS het zogenoemde “exorbitant privilege” geeft: wereldwijd lage leenkosten, grote vraag naar dollarreserves en dominantie in internationale schulduitgifte. Ongeveer 60% van de wereldwijde valutareserves is in dollars, en de Amerikaanse staatsschuldmarkt is met circa 30.000 miljard dollar veel groter dan die van Europa.

Die concentratie van vertrouwen is nu kwetsbaar geworden, maar er is buiten de dollar weinig echt alternatief. Kounis en Phlippen zien daarin een kans voor Europa om stabiliteit te bieden en een deel van dat voordeel naar zich toe te trekken door een groot, eurogedenomineerd beleggingsinstrument te creëren. Praktisch, zo betogen zij, moet dit politiek acceptabel en stapsgewijs gebeuren.

Het voorstel dat ze aanprijzen is het al langer bekende “blauwe en rode obligatie”-model (oorspronkelijk van Delpla en Weizsäcker, later uitgewerkt door anderen). Nationale schuld wordt opgesplitst: blauwe obligaties krijgen prioriteit bij uitbetaling en zijn daardoor veiliger; rode obligaties blijven achtergesteld en risicovoller. De blauwe tranches worden onder Europese vlag gebundeld en verhandelbaar gemaakt, terwijl lidstaten juridisch verantwoordelijk blijven voor hun verplichtingen. Door de rode obligaties op nationale balansen te houden stijgt hun rente en ontstaat marktdiscipline.

Het moeilijkste punt is de omvang: om echt als globaal alternatief te fungeren is een veel grotere markt nodig dan Europa tot nu toe gezamenlijk heeft uitgegeven. Ter vergelijking: het Europese NGEU-programma was circa 700 miljard euro; de totale staatsschuld van alle lidstaten samen is ongeveer 11.000 miljard euro. Kounis en Phlippen rekenen aan een voorbeeld waarbij 30% van het bbp per lidstaat wordt samengevoegd tot blauwe obligaties, wat een markt van circa 4.500 miljard euro zou opleveren — genoeg om de Europese kapitaalmarkt te versterken maar te klein om de dollar als reservevaluta te vervangen. Zij schatten dat minimaal ongeveer 8.000 miljard euro nodig is voor een volwaardig reserve-asset.

Belangrijke afwegingen zijn politiek gevoelige soevereiniteitsvragen en het juiste blauw/rood-evenwicht: te veel blauw vergroot risico’s en discussie over risico‑deling; te weinig blauw maakt de markt onaantrekkelijk. Desondanks concluderen de auteurs dat het blauwe-rode model een relatief veilige, politiek haalbare eerste stap is die Europa niet moet laten liggen gezien de huidige onzekerheid rond de dollar.

Kounis is hoofd financiële markten en klimaatonderzoek bij ABN AMRO; Phlippen is hoofdeconoom bij ABN AMRO en praktijkhoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen.