EU zet Iraanse Revolutionaire Garde op terrorismelijst
In dit artikel:
De 27 EU-ministers van Buitenlandse Zaken hebben dinsdag unaniem besloten de Iraanse Revolutionaire Garde (IRGC) op de Europese terrorismelijst te plaatsen. Na eerdere aarzeling — onder meer Frankrijk en Italië stonden eerst terughoudend — keerde Frankrijk zich alsnog en volgden de overige lidstaten. Nederland had eerder al gepleit voor deze maatregel.
De maatregel is een reactie op de harde repressie van protesten in Iran; mensenrechtenorganisatie HRANA meldt dat daarbij recent meer dan 6.000 doden vielen. De EU voegt ook 21 personen en organisaties toe aan de sanctielijst, waaronder de Iraanse minister van Binnenlandse Zaken Momeni en meerdere commandanten van de IRGC. De getroffen personen krijgen een inreisverbod tot EU-grondgebied en hun tegoeden kunnen worden bevroren.
De beslissing is vooral symbolisch: door de Garde op gelijke voet te zetten met groepen als al-Qaida, Hamas en IS wil de EU een duidelijke politieke boodschap afgeven. EU-buitenlandchef Kaja Kallas benadrukte dat het geweld en de instrumenten die het regime gebruikte ernstig zijn en dat onderdrukking consequenties moet hebben. Tegenstanders hadden gevreesd dat een officiële terroristenbestempeling diplomatieke kanalen — bijvoorbeeld bij vrijlatingsonderhandelingen voor gevangenen — zou bemoeilijken, maar die overweging woog uiteindelijk minder zwaar dan de eis tot reactie op mensenrechtenschendingen.