EU-vermogensbelastingen bovenop de nieuwe box 3?

maandag, 8 juni 2026 (08:48) - Indepen

In dit artikel:

Ursula von der Leyen liet een groep fiscale experts onderzoeken hoe vermogensbelastingen in de EU eruit zouden kunnen zien, omdat de Europese Commissie op zoek is naar extra inkomsten om groeiende Europese ambities te financieren. Het eindrapport “Wealth Taxation, Including Net Wealth, Capital and Exit Taxes” verscheen in maart 2026 en analyseert bestaande systemen, mogelijke EU-coördinatie en verschillende concrete beleidsopties — het is een verkenning, geen wetgevingsvoorstel.

Kernbevindingen
- Vermogen is sterk geconcentreerd: de rijkste 10% bezit ruim 60% van het huishoudvermogen in de EU; het aandeel van de top 1% groeide vooral sinds de coronaperiode, en de top 0,01% zag de grootste stijging.
- Huidige vermogensheffing verschilt sterk tussen lidstaten, wat arbitrage en migratie-uitdagingen vergroot.
- Het rapport onderzoekt meerdere modellen voor een EU-brede vermogensheffing gericht op zeer vermogende huishoudens, vaak vanaf ongeveer €1–2 miljoen netto vermogen.

Voorgestelde instrumenten en argumenten
- Jaarlijkse vermogensbelasting voor vermogens boven circa €1 miljoen, met progressieve tarieven (in voorbeelden genoemd tot circa 3% bij hogere schijven).
- Verzwaarde erf- en schenkbelasting om intergenerationele vermogensconcentratie tegen te gaan en middelen te genereren voor Europese projecten.
- Exittaks om het vertrek of verplaatsing van activa naar fiscale gunstiger jurisdicties te ontmoedigen.

Uitdagingen en nadelen
- Waardering van niet-beursgenoteerde activa (familiebedrijven, kunst, juwelen) is ingewikkeld en duur in uitvoering; administratieve kosten kunnen hoog zijn.
- Hoge vermogens hebben meer mogelijkheden tot ontwijking: herlocatie, juridische constructies of gebruik van belastingparadijzen. Reputatie- en praktische barrières voor handhaving zijn groot.
- Een grens bij €1 miljoen treft in welvarende landen ook huishoudens met een afgeloste eigen woning; gevolgen zijn ongelijk tussen rijke en armere lidstaten.

Context en politieke lading
Het rapport voedt discussie over meer centrale EU-invloed op fiscaliteit. De artikeltekst waarschuwt dat invoering vergaande gevolgen kan hebben voor de middenklasse in welvarendere landen en zet de voorstellen in een kritische, politiek geladen toon. Feitelijk blijft het rapport voorlopig een beleidsanalyse die verschillende mogelijkheden in kaart brengt, met aanzienlijke technische en politieke obstakels voordat er concrete wetgeving zou komen.