EU past asielrichtlijnen voor Syriërs aan na val Assad-regime
In dit artikel:
Een jaar na de val van het Assad-regime heeft het European Union Agency for Asylum (EUAA) nieuwe richtlijnen gepubliceerd voor de behandeling van Syrische asielaanvragen in de EU. De update, bedoeld om lidstaten te harmoniseren, kan gevolgen hebben voor zo’n 110.000 nog lopende dossiers.
De EUAA concludeert dat de veiligheid in Syrië over het geheel is verbeterd, maar dat het land fragiel blijft en grote regionale verschillen kent. In veel provincies is willekeurig geweld afgenomen; voor de regio Damascus stelt het agentschap dat er geen reëel risico op ernstige schade meer bestaat. Tegelijk blijven aanslagen, milities, buitenlandse strijdkrachten en criminaliteit gebieden onveilig — recente incidenten zoals explosies in de wijk Mezzeh illustreren dat risico’s blijven bestaan.
Als gevolg van de gewijzigde inschatting geldt voor sommige groepen dat zij niet langer automatisch internationaal beschermingsrechtelijk kwetsbaar worden geacht. Dat geldt onder meer voor personen die asiel aanvragen uitsluitend om dienstplicht of straf te ontlopen, en voor soennitische Arabieren die alleen op grond van afkomst bescherming zoeken. De EUAA benadrukt dat ieder verzoek individueel beoordeeld moet worden.
Tegelijkertijd noemt de EUAA diverse groepen die nog wel in aanmerking kunnen komen voor bescherming, afhankelijk van persoonlijke omstandigheden. Voorbeelden zijn mensen met een niet-heteroseksuele geaardheid of afwijkende genderidentiteit, eerdere medewerkers van het oude regime, leden van etno-religieuze minderheden (zoals Alawieten, christenen, Koerden en Druzen), personen die vrezen voor gedwongen rekrutering door Koerdische strijdkrachten of vervolging door de SDF/YPG, journalisten, vrouwen, kinderen en bepaalde Palestijnen uit Syrië. Syrische Palestijnen behouden volgens de EUAA een bijzondere beschermingspositie.
De humanitaire en economische situatie blijft schrijnend: naar schatting leeft 90% van de bevolking in armoede en hebben rond de 16,5 miljoen mensen humanitaire hulp nodig. Veel terugkeerders kampen met acute problemen: ruim driekwart heeft geen inkomen en hoge levensonderhoudskosten belemmeren herstel. Sinds december 2024 zijn bijna 1 miljoen mensen teruggekeerd vanuit omringende landen, maar 2,1 miljoen Syriërs zijn nog intern ontheemd en er ontstaan nieuwe verplaatsingen door geweld en geschillen over eigendom.
De instroom van asielaanvragen naar Europa is gedaald sinds de machtswisseling: van ruim 16.000 aanvragen in oktober 2024 naar circa 3.500 in september 2025, maar veel dossiers blijven nog openstaan. De EUAA merkt op dat terugkeer wel mogelijk is voor sommige groepen, maar dat structurele obstakels — gebrek aan documenten, ontoegankelijke diensten en armoede — veilige en duurzame terugkeer bemoeilijken.
Ook de overgangsregering die na Assad is gevormd krijgt een voorzichtige beoordeling: zij bouwt wel staatsstructuren op, maar is versnipperd en geen eenduidige machtshebber. Veiligheidsdiensten die formeel onder deze autoriteit vallen worden in verband gebracht met ernstige mensenrechtenschendingen, waaronder martelingen, willekeurige arrestaties en buitengerechtelijke executies; slachtoffers behoren volgens het rapport vaak tot Alawitische gemeenschappen of worden gezien als gelieerd aan IS.
Kort samengevat: de EUAA ziet verbetering in delen van Syrië en past de asielbeoordeling daarop aan, maar waarschuwt dat onveiligheid, armoede en mensenrechtenschendingen voortduren — factoren die bepalen welke Syriërs in de EU nog internationale bescherming zouden moeten krijgen.