EU-parlement zet streep door tijdelijke chatcontrole
In dit artikel:
Het Europees Parlement heeft een einde gemaakt aan de tijdelijke uitzondering op de ePrivacy-regels die techbedrijven sinds 2021 de ruimte gaf vrijwillig chats te scannen op materiaal van kindermisbruik. De tussenregeling vervalt na 3 april 2026, omdat het Parlement in Straatsburg het voorstel van de Europese Commissie niet verlengde: 311 stemden tegen, 228 voor en 92 onthielden zich. Tegelijk vroeg het Parlement de Commissie het voorstel in te trekken.
De uitzondering bood aanbieders een juridische mogelijkheid om online kindermisbruik op te sporen, te verwijderen en te melden zolang er geen definitieve EU-wet was. De Commissie wilde die tijdelijke brug behouden tot een permanent kader er is, maar onderhandelingen met de lidstaten liepen vast. Een eerdere poging van het Parlement (11 maart) om een beperktere verlenging tot augustus 2027 door te drukken — met striktere beperkingen zoals uitsluiting van end-to-end‑versleutelde communicatie, focus op bekende beelden en scherpere proportionaliteitseisen — strandde toen er geen akkoord met de Raad kwam.
De stemming legt de diepe kloof in Brussel bloot tussen kinderbescherming en privacybescherming: voorstanders waarschuwden voor een juridisch vacuüm, tegenstanders vreesden dat vrijwillige scans zouden uitmonden in brede massasurveillance. Nederlandse Europarlementariërs stemden verdeeld (onder meer VVD en SGP voor; NSC, CDA, D66, PVV en meerdere GL‑PvdA tegen).
De tijdelijke uitzondering valt weg, maar de discussie over een permanente Europese wet tegen online kindermisbruik gaat door; het Parlement heeft sinds november 2023 een standpunt, de Raad stelde pas eind 2025 zijn positie vast.