EU moet defensie op orde krijgen: 'Dan houden we ons maar niet aan verdragen'
In dit artikel:
Te midden van recente machtsvertoon van grootmachten komt de kwetsbaarheid en verdeeldheid van de EU op het wereldtoneel scherp naar voren. Het Europees Parlement nam woensdag met grote meerderheid een rapport aan van Europarlementariër Thijs Reuten (GroenLinks-PvdA) dat pleit voor verregaande stappen richting een gemeenschappelijk defensie- en veiligheidsbeleid. Het gaat nu om een politiek signaal; de Europese Commissie moet het uitwerken tot concrete voorstellen en de lidstaten moeten uiteindelijk instemmen.
Reuten wil vooral duidelijkheid over artikel 42.7 van het Europese verdrag — de EU‑variant van NAVO’s artikel 5 — en dringt aan op een geloofwaardige afschrikking: niet om oorlog te zoeken, maar om te laten zien dat Europa bereid is te verdedigen wat van hem is. Zijn stelling: nationale belangen en veto’s mogen de gezamenlijke veiligheid niet langer blokkeren. Reuten vroeg zich retorisch af: "Als we het nu niet doen, wanneer dan wel?"
Demissionair minister David van Weel wijst ook op de noodzaak van een wake‑upcall; de EU mag niet het toeschouwersvak van de wereldpolitiek blijven. Tegelijkertijd klinken waarschuwingen dat zo’n Europese defensiestructuur niet van de ene op de andere dag is op te bouwen. Defensie-expert Bart van den Berg (Clingendael) benadrukt dat de NAVO acht decennia aan kennis, interoperabiliteit en capaciteit heeft opgebouwd. Een EU‑tegenhanger zou bovendien grote militaire spelers missen die buiten de Unie vallen, vooral het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen — landen met cruciale capaciteiten zoals vliegdekschepen, kernwapens en strategische ligging nabij de Noordpool.
Belangrijke obstakels blijven: verdragsregels die nationale autonomie en unanimiteit waarborgen, fragmentatie in de defensie-industrie en het ontbreken van een militaire traditie binnen de EU‑instellingen. Van den Berg noemt het idee interessant maar waarschuwt voor naïviteit; de EU heeft wel potentie, maar moet veel opbouwen.
Kort gezegd: het Europees Parlement zet nu zwaar in op meer collectieve verdediging en een heldere formulering van wat ‘hulp bij agressie’ betekent. Of dat uiteindelijk leidt tot een Europese NAVO‑achtige structuur — naast, niet ter vervanging van, de NAVO — hangt af van politieke wil, aanpassingen van verdragen en de bereidheid van lidstaten (en mogelijk niet‑EU‑partners) om capaciteiten en soevereiniteit te delen.