EU-leiders roepen Orbán tot de orde over veto EU-lening aan Oekraïne
In dit artikel:
Hongarije onder leiding van Viktor Orbán blokkeert de in december door de EU afgesproken gezamenlijke lening voor Oekraïne, en dat leidt tot directe zorgen binnen de Unie over verdedigingsleveringen zoals luchtafweerwapens. Budapest, gesteund door Slowakije en Tsjechië die formeel niet mee hoeven te doen aan de gezamenlijke schulduitgifte, beroept zich op een geschil over de beschadigde Druzhba‑pijpleiding die goedkope Russische olie naar Hongarije brengt; Oekraïne ontkent dat het herstel wordt tegengehouden.
De EU heeft een expertteam naar Kyiv gestuurd om de staat van de pijpleiding te onderzoeken; dat rapport zou rond of tijdens de Europese top van donderdag moeten vallen. Diplomaten vrezen echter dat Orbán, die deze positie naar verluidt inzet als onderdeel van zijn verkiezingscampagne voor de parlementsverkiezingen op 12 april, bij een ongunstige uitkomst gewoon met een nieuw argument terugkomt om zijn veto te behouden. Peilingen laten zien dat zijn partij Fidesz het moeilijk heeft tegen tegenkandidaat Péter Magyar.
Binnen de EU circuleren plannen voor een noodoplossing: sommige diplomaten noemen een overbruggingskrediet waarmee Kyiv snel wapens en loonbetalingen zou kunnen financieren, maar anderen ontkennen dat er een concreet alternatief is. De druk werd deels verlicht door het goedgekeurde IMF‑krediet van 7,5 miljard euro, maar volgens EU‑diplomaten moet het EU‑geld uiterlijk in mei beschikbaar zijn. De huidige vertraging heeft al consequenties: bestellingen van militair materieel kunnen worden vertraagd, en door het conflict in Iran is er bovendien extra concurrentie om wapens vanuit de Golfstaten.