EU-landen worstelen met relatie met Israël, handelsverdrag nog niet opgeschort
In dit artikel:
Luxemburg, Spanje, Ierland en Slovenië hebben de EU-buitenlandchef Kaja Kallas gevraagd het handelsverdrag tussen de EU en Israël op te schorten. Volgens hen heeft Israël de in het verdrag opgenomen voorwaarden geschonden, onder meer door geweld van kolonisten op de Westelijke Jordaanoever en door recente stappen rond de toepassing van de doodstraf voor Palestijnen. Het verdrag eist naleving van democratische principes en mensenrechten; bij schendingen kan de EU de overeenkomst opschorten, met forse economische gevolgen voor Israël omdat de EU zijn grootste handelspartner is.
Tijdens de vergadering van de 27 ministers van Buitenlandse Zaken dinsdag bleek echter dat lidstaten sterk verdeeld zijn. Italië en Duitsland verzetten zich tegen opschorting en pleiten voor voortzetting van een "constructieve dialoog" met Israël. Daardoor werd geen gezamenlijke beslissing genomen.
De discussie weerspiegelt een bredere kloof binnen Europa over hoe om te gaan met Israël: kritiek en oproepen tot maatregelen nemen toe, maar solide meerderheid voor concrete stappen ontbreekt nog. Critici waarschuwen dat het voortzetten van het handelsverdrag de facto betekent dat de EU economische banden behoudt met een land dat beschuldigd wordt van oorlogsmisdaden. Tegelijk tonen zelfs landen die zich tot nu toe terughoudend opstelden steeds meer kritiek, wat de druk op Brussel op termijn kan vergroten.