EU heeft gouden kans om vetorecht aan te passen voor 'nieuwe Orbán' opstaat
In dit artikel:
De val van Viktor Orbán biedt de EU volgens voorstanders een zeldzame mogelijkheid tot hervorming van de besluitvorming in Brussel, vooral rond het vetorecht van lidstaten in buitenlands beleid. Na de verkiezingsnederlaag van de Hongaarse premier roepen Europese politici en Commissievoorzitter Ursula von der Leyen dat het een moment is om het blok minder kwetsbaar te maken voor één dwarsligger. Orbán werd in Brussel jarenlang gezien als de meest prominente blokkade — illustratief was zijn houding in december 2023, toen Hongarije de EU-onderhandelingen met Oekraïne vertraagde en Orbán tijdens een cruciale stemming wegliep, zodat hij formeel niet tegen hoefde te stemmen.
Voor vrijwel het hele EU-beleid geldt al dat besluiten met een gekwalificeerde meerderheid (QMV) verlopen; ongeveer 80 procent van de stemmen vereist geen unanimiteit. Buitenlands beleid is echter een van de weinige domeinen waar lidstaten traditioneel hun vetorecht behouden hebben, juist omdat nationale regeringen daar weinig afstand van willen doen. Hervorming op dit vlak vraagt daarom in de praktijk om grote politieke eensgezindheid — en daarvoor is in de Europese Raad unanimiteit nodig.
Rechtsgeleerde Henri de Waele wijst erop dat er juridische mogelijkheden bestaan om vetorechten te vervangen door meerderheidsbesluitvorming, en dat ook eerdere Commissievoorzitters dit hebben voorgesteld. Ton van den Brink, expert in EU-wetgeving, benadrukt dat landen terughoudend zijn omdat een besluit om vetos af te schaffen permanent is: je kunt later over buitenlandse thema’s worden overstemd op zaken waarvan de belangen nu nog onduidelijk zijn. Beide experts benadrukken echter dat de EU vaker onder druk verrassende stappen heeft gezet; als voorbeeld noemen ze het coronaherstelfonds, dat aanvankelijk weerstand opriep maar toch werd gerealiseerd na toenemende urgentie.
Praktische tussenoplossingen zijn denkbaar: de Europese Raad kan besluiten bepaalde onderwerpen — zoals sancties tegen Rusland — voortaan bij gekwalificeerde of bij een hoge supermeerderheid (bijvoorbeeld 80–90 procent) te laten beslissen. Dat zou voorkomen dat één land het hele proces kan blokkeren, terwijl toch een breed draagvlak blijft vereist.
Politieke realiteit blijft de grootste rem: von der Leyen kan pleiten maar niet eenzijdig afdwingen. Naast Orbán zitten nog andere eurosceptische leiders in de Raad, zoals Robert Fico en Andrej Babiš, en het profiel van Orbáns opvolger Peter Magyar is nog onzeker — hij zou tijdelijk kunnen meewerken in ruil voor EU-steun, maar zijn langdurige pro-Europese koers is onduidelijk. De EU blijft daardoor kwetsbaar voor toekomstige dwarsliggers, terwijl geopolitieke spanningen (van Rusland en Iran tot de onvoorspelbaarheid van de VS onder Trump) de roep om snellere, gezaghebbendere Europese reacties juist versterken.