EU-censuur steeds duidelijker en extremer
In dit artikel:
Op 22 januari 2026 berichtte De Telegraaf dat de Nederlandse BBB-fractie in het Europees Parlement door de rest van het halfrond voor zes maanden op een “strafbankje” is gezet nadat de fractie steun had gegeven aan een motie van wantrouwen tegen Commissievoorzitter Ursula von der Leyen. Volgens het artikel zou EVP-fractieleider Manfred Weber nieuwe interne regels hebben afgedwongen waardoor europarlementariërs niet mogen stemmen vóór of steun verlenen aan zo’n motie, een maatregel die door de schrijver van het opiniestuk wordt bestempeld als censuur en als symptoom van een bredere verzwakking van democratische controle in de EU.
De kritiek spitst zich toe op twee samenhangende problematieken: vermeende politieke repressie binnen EU-instituties en gebrekkige financiële verantwoording door de Europese Commissie. De Europese Rekenkamer zou in 2025 voor het vijfde achtereenvolgende jaar de jaarrekening van de Commissie niet hebben goedgekeurd; onafhankelijke analyses spreken van stijgende foutenpercentages en onregelmatigheden. Tegelijkertijd, zo luidt de zorg, slagen commissies onder Von der Leyen erin steeds grotere begrotingen door het Parlement te loodsen zonder dat daar volgens critici effectieve controle tegenover staat. In de opinie leidt dit ertoe dat gewone belastingbetalers het financiële risico dragen terwijl politiek en topmanagement weinig consequenties ondervinden.
Verder wordt gewezen op incidenten die het beeld van beperkte persvrijheid en gesloten besluitvorming versterken: mediaorganisaties zoals Euractiv zouden de toegang tot bepaalde persbijeenkomsten van de Commissie zijn ontzegd, iets wat in het artikel als censuur en als bewijs voor een te dominante uitvoerende macht wordt genoemd. Ook wordt benadrukt dat Von der Leyen inmiddels meerdere (vier) moties van wantrouwen heeft overleefd, wat volgens de schrijver illustreert dat het Parlement onvoldoende kracht heeft om het bestuur van de Commissie echt te corrigeren.
De auteur trekt daaruit een bredere beleidsconclusie: de EU zou zich in toenemende mate ontwikkelen richting een gecentraliseerd, technocratisch bestuur waarin belangen van de Brusselse elite en grootbedrijf zwaarder wegen dan die van burgers. Met grafieken (IMF-data) wordt een dalende rol van de EU in de wereldeconomie getoond en gebruikt als waarschuwing dat deze tendens omgebogen moet worden, voordat Europa economisch en bestuurlijk afhankelijker wordt van grootmachten als de VS en China.
Kortom: het artikel en de opinie stellen dat recente interne regels, het doorvoeren van begrotingen zonder sluitende verantwoording, en het marginaliseren van kritiek samen een erosie van democratische checks & balances vormen in de EU onder Von der Leyen. De oproep is aan mainstream politici, academici en burgers om deze koers kritisch ter discussie te stellen en transparantie en controle te herstellen.