EU blokkeert bankrekeningen van journalist met twee pasgeboren baby's vanwege "Russische desinformatie"
In dit artikel:
Journalist Hüseyin Dogru (Duitse nationaliteit) zegt dat EU-sancties hem volledig van financiële middelen hebben afgesloten, waardoor hij niet meer kan voorzien in het levensonderhoud van zijn gezin: zijn vrouw en twee pasgeboren kinderen van vier maanden. Waar eerst nog een noodbedrag van 506 euro beschikbaar was, is ook dat door zijn bank geblokkeerd, aldus Dogru, waardoor hij geen voedsel meer kan kopen. De EU stelt dat de maatregel in lijn is met internationale mensenrechten; Dogru betwist dat en noemt zijn kinderen feitelijk mede-gesanctioneerd.
De impact reikt volgens hem verder dan zijn persoonlijke rekening: zijn vrouw zou indirect nadeel ondervinden, bijvoorbeeld omdat haar autoverzekering is stopgezet vanwege zijn positie op de sanctielijst. Dogru benadrukt dat sancties zich in de praktijk uitstrekken tot het hele gezin en niet alleen tot de officieel gesanctioneerde persoon.
Hij uit scherpe kritiek op de Duitse en Europese media: hoewel veel collega’s hem privé steun zouden hebben toegezegd, ontbreekt bijna overal openbare berichtgeving of publieke verontwaardiging. Die stilzwijgende houding ziet hij als mede-verantwoordelijk omdat zij ruimte gaf om de sancties zonder brede maatschappelijke discussie door te voeren.
Dogru zegt dat de EU-Raad een verzoek van zijn advocaten om heroverweging heeft afgewezen en zich baseert op een vertrouwelijk “bewijspakket” dat hij zelf niet mag inzien. Volgens de EU zijn zijn verslaggeving en socialmediaposts — onder meer pro-Palestijnse berichtgeving, politieke kritiek en aandacht voor repressie tegen activisten — kwalificaties als activiteiten die de stabiliteit van de Unie ondermijnen, geplaatst in de context van vermeende Russische desinformatiecampaig nes.
Hij bestrijdt die lezing: het dossier zou vooral uit berichten van zijn persoonlijke X-account bestaan (kritiek op politici, commentaar op wapenleveranties, historische verwijzingen en foto’s van protesten). Concrete aanwijzingen voor nauwe banden met Russische staatspropaganda ontbreken volgens hem; de centrale aantijging is dus onbewezen. Verder wijst hij erop dat de sancties door politieke organen zijn opgelegd, niet door een rechter, en noemt dat een vorm van buitengerechtelijke bestraffing. Ook zou de Raad zijn nationaliteit onterecht als Turks hebben aangeduid, terwijl hij alleen de Duitse nationaliteit bezit.
In zijn slotboodschap waarschuwt Dogru dat zijn zaak meer is dan een persoonlijk onrecht: het label “Russische desinformatie” is sinds het begin van de oorlog in Oekraïne volgens hem dermate beladen geworden dat het kan worden ingezet om kritische journalistiek te smoren. Hij roept publieke en journalistieke reflectie op, en wijst erop dat ook zijn huidige uitspraken later weer tegen hem gebruikt kunnen worden.