EU Agentschappen evalueren zichzelf, en krijgen dan hun zakgeld - Bericht uit Brussel

vrijdag, 13 februari 2026 (06:44) - Nijmans Nieuwsbriefje

In dit artikel:

Europa strompelt achter met controle op zijn eigen agentschappen. Auke Zijlstra (PVV) wijst erop dat de EU-wetgeving voorschrijft dat elk agentschap formatie- en functietoetsen moet krijgen elke vijf jaar — maar die verplichting wordt in de praktijk vaak genegeerd of afgeslankt. Tegelijk groeit het aantal agentschappen; lidstaten, waaronder Nederland, dingen zelfs mee naar vestiging van een nieuw Europees Douaneagentschap.

Zijlstra vroeg de Commissie om opheldering. Eerst antwoordde eurocommissaris Dombrovskis dat er inderdaad om de vijf jaar geëvalueerd moet worden op effectiviteit, efficiëntie, coherentie, relevantie en EU-waarde, met eventueel aanpassing van bestuur of mandaat, of beëindiging van het agentschap. In vervolgvragen gaf commissaris Šefčovič echter toe dat evaluaties in veel gevallen niet tijdig door de Commissie zelf plaatsvinden: soms voeren agentschappen hun eigen (online) zelfevaluaties uit, en slechts één agentschap is bij verordening verplicht een onafhankelijke externe evaluatie te laten doen. Drie agentschappen blijken zelfs helemaal nog niet te zijn beoordeeld.

Zijlstra gebruikt twee concrete evaluaties om zijn punt te illustreren. Eurojust (evaluatie juli 2025), het agentschap voor grensoverschrijdende strafrechtelijke samenwerking, kampt volgens het rapport met inefficiëntie door een complexe organisatie en onduidelijke taken. Het aantal geopende zaken is geen betrouwbare effectiviteitsmeter, personeelstekorten worden routinematig als argument voor extra middelen gebruikt, en ongeveer 55% van het budget gaat naar personeelskosten in plaats van operationele activiteiten. Samenwerking met Europol en Frontex verloopt eveneens problematisch.

Een oudere gecombineerde evaluatie uit april 2019 van Eurofound, ETF en Cedefop (agentschappen voor arbeidsomstandigheden, opleiding en arbeidsmarkt) toont vergelijkbare problemen: de verplichte vijfjaarsevaluatie is al lang gepasseerd, de rapporten zijn deels gebaseerd op de eigen jaarverslagen van de agentschappen, en ook hier vormen hoge personeelslasten (rond 56–65% in 2016) een zorgpunt. Zijlstra plaatst de vraag of deze organisaties niet meer “baantjesmachines” lijken dan doelgerichte uitvoerders.

Specifiek aandacht vraagt hij voor EACEA (het uitvoerend agentschap voor onderwijs, cultuur en audiovisueel werk; budget 2025: €76,6 mln). Dat agentschap voert onder meer het Creative Europe-programma uit. Toen Creative Europe medesponsor bleek van het Oerol-festival 2025 dat samenwerking met Israël boycotte, vroeg Zijlstra om ingrijpen omdat agentschappen bij oprichting expliciet geen grote politieke keuzes mogen maken. De Commissie antwoordde dat EACEA de naleving van subsidievoorwaarden, non-discriminatie en grondrechten moet toetsen en bij schending maatregelen kan nemen, zoals intrekking van financiering.

Zijlstra zegt jaarlijks te pleiten voor lagere budgetten voor slecht functionerende agentschappen, maar zijn amendementen worden door het Europees Parlement verworpen. Als vervolg heeft hij samen met andere fracties auditprioriteiten ingediend bij de Europese Rekenkamer voor 2027+, zodat de Commissie en haar agentschappen steviger op de vingers kunnen worden getikt. Kortom: er is structureel gebrek aan onafhankelijke, tijdige evaluatie en financiële beheersing van EU-agentschappen — een probleem dat gevolgen heeft voor transparantie, effectiviteit en politieke controle.