Esther Sloots schrijft roman over gifmoord in Veenoord in 1963. 'Het gonsde in het dorp, een touringcar vol ging naar de rechtbank'

vrijdag, 20 februari 2026 (10:13) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Esther Sloots (Gramsbergen, 1988) heeft met Waar de suikerbieten groeien haar debuutroman uitgebracht bij Ambo Anthos. Het boek is geworteld in een familielegende: de neef van haar opa zou in 1963 vergiftigd zijn door zijn vrouw. Die kinderlijke nieuwsgierigheid naar een oud gerucht dreef Sloots jaren later naar Delpher en het Drents archief, waar ze krantenberichten en rechtbankverslagen ontdekte en zag hoe feiten en verhalen uiteen waren gegroeid. In plaats van een reconstructie schreef ze een roman geïnspireerd op die gebeurtenissen, zodat ze personages en motieven vrijer kon uitdiepen.

In het verhaal staat Mina centraal, een vrouw die ervan verdacht wordt haar man met landbouwgif te hebben gedood. Decennia later woont ze elders en heeft ze een nieuw leven opgebouwd. Anna, een jonge vrouw uit het oorspronkelijke dorp die aan een historisch project werkt, zoekt Mina op en krijgt haar langzaam aan het praten. Door die gesprekken ontvouwt zich niet alleen de affaire, maar ook thema’s als zwijgen, oordeelvorming, persoonlijke vrijheid en de manier waarop gemeenschappen met afwijkend gedrag omgaan.

Sloots beschouwt haar roman bewust als fictie: ze wilde geen definitief historisch oordeel vellen, maar een universeler verhaal vertellen over hoe mensen leven met geheimen en hoe men geneigd is te veroordelen zonder te begrijpen. Bij het schrijven kroop ze letterlijk in de huid van Mina — een keuze die haar aanvankelijk huiverig maakte, omdat ze zelf ook snel oordelen vormt — en ze bouwde daarnaast het personage Anna als tegenhanger: een jongere vrouw die op zoek is naar haar eigen identiteit en die van haar voorgangster leert begrijpen. Beide vrouwen illustreren hoe generaties verschillend omgaan met keuzes en vrijheid, en hoe kleine afwijkingen van sociale normen in dorpsgemeenschappen kunnen opvallen en leiden tot isolement.

De achtergrondinformatie in het boek komt voort uit Sloots’ onderzoek en familiegesprekken, al bleken die laatste vaak fragmentarisch. Haar moeder en oudere familieleden herinnerden zich slechts flarden; er waren anekdotes over een touringcar vol dorpelingen die naar de rechtbank trok. Wat haar aantrok in de vermeende dader — Antje, de vrouw die model stond voor Mina — was niet alleen het vermeende misdrijf, maar ook haar eigenzinnigheid: ze verliet haar geboortestreek, week af in kledij en gedrag, en stond daardoor voortdurend tegenover onuitgesproken dorpsregels en armoedige omstandigheden in Noord-Nederland. Sloots ziet in zulke keuzes zowel moed als het risico op onbegrip door de omgeving.

Privé woont Sloots al zo’n tien jaar in Broek in Waterland met haar man Bas, die van Marken afkomstig is. Haar loopbaan liep via de pabo en een studie onderwijskunde naar werk in communicatiestrategie; het schrijven van de roman deed ze in de avonden en weekenden naast freelancewerk. Het manuscript groeide over meerdere jaren en versies; na een literaire avond in april 2024 benaderde ze uiteindelijk via LinkedIn de redacteur van Ambo Anthos, die haar vroeg iets op te sturen. Daarna volgde een redactietraject met feedback en meerdere bewerkingsrondes, en na ongeveer een jaar werd het boek gepitcht en geaccepteerd — een moment waarop Sloots zich emotioneel en erkend voelde.

Waar de suikerbieten groeien behandelt thematisch de vrijheid om eigen keuzes te maken en de spanning tussen individuele moed en sociale verwachtingen. Sloots zegt bewondering te hebben voor mensen die zich weinig aantrekken van wat anderen vinden en reflecteert op haar eigen besluitvorming door de jaren heen. Het schrijverschap voelt voor haar als een nieuwe wending in haar carrière; ze is inmiddels bezig met ideeën voor een tweede boek en hoopt die binnenkort met haar uitgever te bespreken.