Essay Roxane van Iperen: De mens is losgeweekt door algoritmes

vrijdag, 24 april 2026 (22:38) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

In de Maand van de Filosofie levert Roxane van Iperen (1976) een essay waarin ze betoogt dat we juist nu filosofie nodig hebben. Haar vertrekpunt is een opmerking van haar zoon bij Schiphol: ieder denkt dat hij de hoofdrol heeft. Die alledaagse self-centeredness ziet zij als symptoom van een breder probleem: individuen leven opgesloten in hun eigen, door algoritmes versterkte werkelijkheid.

Van Iperen traceert hoe verlichtingsidealen van meten en beheersen, gecombineerd met het geloof in marktwerking sinds de val van de Muur, de opkomst van superrijken en grote techbedrijven mogelijk maakten. Hun systemen fragmenteren gemeenschappelijke verhalen en verbinden mensen juist minder met elkaar; beeldcultuur en likes verdringen diepere concentratie en tegengeluiden. Chatbots en gepersonaliseerde feeds bevestigen vooral wat we al denken en houden zo echokamers in stand. Tegelijk lijkt de politiek onvoldoende in staat om de erosie van gedeelde waarden, identiteit en gemeenschapsbanden te keren.

Toch is het essay niet fatalistisch. Van Iperen wijst op kwetsbaarheden van AI en pleit voor maatregelen tegen extreme ongelijkheid en geconcentreerde macht. Geëngageerd onderwijs in kunst, cultuur en filosofie — in de geest van Martha Nussbaum — moet ons cognitief en menselijk weerbaar maken. Opvallend is haar verwaarlozing van religieuze gemeenschappen als mogelijke verbindende factor. De slotboodschap is een appel op verantwoordelijkheid: leren, nadenken en elkaar écht ontmoeten als tegengif voor de digitale isolatie.