Esmah Lahlah brengt opnieuw haar partij in verlegenheid en schaadt daarmee ook de geloofwaardigheid van Jesse Klaver
In dit artikel:
Esmah Lahlah verlaat de Tweede Kamer om wethouder in Amsterdam te worden, en daarmee breekt ze een belofte die partijleider Jesse Klaver in november nog deed: toen zei hij dat zijn nummer 2 de hele zittingsperiode in Den Haag zou blijven. Een halfjaar later blijkt Lahlah tóch te kiezen voor een lokale portefeuille, iets wat Klaver onaangenaam overviel omdat ze hem eerder had toegezegd te blijven.
Het is niet de eerste keer dat Lahlah partijleiders in verlegenheid brengt. Tijdens de verkiezingscampagne solliciteerde ze stiekem naar het burgemeesterschap van haar voormalige woonplaats Tilburg; toenmalig lijsttrekker Frans Timmermans hoorde dat via de pers en voelde zich niet geïnformeerd. Kort daarna lekte ook een poging van haar naar het burgemeesterschap van Delft. Die reeks sollicitaties wekte bij sommige partijgenoten onbegrip: wilde Lahlah zo graag weg uit Den Haag? Klaver gaf aan wél op de hoogte te zijn van de Delft‑poging, maar maakte toen duidelijk dat rondkijken niet langer acceptabel was en dat Lahlah zou blijven.
Als nummer 2 op de kandidatenlijst van GroenLinks–PvdA bij zowel 2023 als 2025 had Lahlah een hoge plek gekregen, maar in de Kamer nam ze nooit echt een prominente rol: ze zei bij het vertrek van Timmermans expliciet dat zij hem niet wilde opvolgen, werd niet benoemd tot vicefractievoorzitter en fungeerde volgens waarnemers meer als backbencher dan als tweede-in-bevel. Zelf vond ze die typering onterecht, maar haar beperkte zichtbaarheid voedde vragen over de zin van haar hoge positie op de lijst.
Lahlah maakte haar politieke opmars mogelijk met een sterke staat van dienst als wethouder in Tilburg (2018–2023). Ze trad pas in 2021 toe tot GroenLinks en werd eerder geprezen als uitstekend lokaal bestuurder. Die reputatie trok ook belangstelling uit Amsterdam: PRO-leider Zita Pels vroeg haar om te solliciteren naar een wethouderspost, en Lahlah zegt daar niet tegen te kunnen zeggen. Volgens bronnen zou ook Katinka Eikelenboom — de GroenLinks‑voorzitter die haar destijds naar Den Haag haalde — zich hebben gemeld voor dezelfde Amsterdamse functie; Eikelenboom zelf reageerde terughoudend maar feliciteerde Lahlah met de keuze.
Politiek gezien is het vertrek pijnlijk voor Klaver: zijn belofte blijkt weinig houdbaar en brengt zijn geloofwaardigheid als partijleider onder druk. Hij houdt het echter op de persoonlijke vrijheid van politici om een andere carrièrekeuze te maken en zei Lahlah niet “in de Kamer te gijzelen”. Juridisch is er niks op tegen: de Kieswet verplicht Kamerleden niet een volledige periode te blijven. Toch raakt de zaak aan verwachtingen over verantwoordelijkheid bij hoge posities op de kandidatenlijst en aan de vraag hoe GroenLinks–PvdA omgaat met interne selectie en loopbaanmobiliteit tussen lokaal en nationaal bestuur.