Eric en Chris raakten besmet met hantavirus: "Ik had onwaarschijnlijke hoofdpijn en bleef maar braken"

maandag, 4 mei 2026 (16:04) - VRT Nieuws

In dit artikel:

In België lopen jaarlijks naar schatting 50 tot 400 mensen een variant van het hantavirus op. Twee patiënten, Chris Roosens (68) uit Houthalen en VRT-journalist Eric Steffens (65) uit Doornik, vertellen aan VRT NWS hoe zij besmet raakten, hoe lang de diagnose op zich liet wachten en wat de gevolgen waren.

Eric werd begin 2022, tien dagen na een wandeling in de Ardennen rond Dinant, erg ziek met buik‑ en spierpijn, hoge koorts en flauwvallen. Meerdere keren teruggestuurd van de spoedafdeling, bleek hij uiteindelijk acuut nierfalen en leveraantasting te hebben; na onderzoek en een reeks testen kreeg een professor de juiste diagnose: hantavirus. Chris werd ongeveer dertig jaar geleden ziek en kreeg aanvankelijk het verkeerde oordeel (een gesprongen appendix). Pas nadat bloedmonsters naar het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen werden gestuurd, bleek ook hij het hantavirus te hebben.

Beide mannen wijzen als boosdoener op de rosse woelmuis, een bosbewoner die het virus via haar uitwerpselen en urine kan verspreiden. Mogelijke besmettingsroutes waren volgens hen inhalatie van stoffige, met muiscontaminatie bevuilde bodem of contact via een klein wondje tijdens werken in de grond. Symptomen die zij beschrijven zijn extreme hoofdpijn, overgeven, ernstige verzwakking, spierpijn en koorts; bij Eric leidde het tot acuut nierfalen. Behandeling bestaat vrijwel uitsluitend uit ondersteunende zorg (vocht via infuus) — er is geen specifiek antiviraal middel beschikbaar voor deze Europese variant.

Beide patiënten zijn inmiddels hersteld, wat kenmerkend is voor de meestal mildere Europese hantavirusvariant. Chris bleek na onderzoek immuun en mag geen bloed meer geven; Eric zegt dat hij “maar net aan nierdialyse ontsnapt” is en heeft sindsdien een blijvende angst voor muizen en ratten. De verhalen illustreren dat hantavirus in België vaker voorkomt dan veel artsen denken en dat tijdige herkenning lastig kan zijn. Preventie draait om het vermijden van contact met knaagdieruitwerpselen: goed ventileren, zorgvuldig schoonmaken (nat reinigen) en mogelijke verblijfplaatsen van muizen afschermen.