Ergens in Wyoming | column Daniël Lohues
In dit artikel:
Een paar weken geleden zat de verteller in een hotel in Wyoming na een dag rijden door een lege, regenachtige prairie. Aan de overkant van de weg was een restaurant; hij stak de straat over en ging aan de bar zitten waar vaker alleenreizenden samenkomen. Naast hem zat een grote man in spijkerjas en een legergroene pet, een veteraan die al jaren als vrachtwagenchauffeur door het land trekt.
De man, die in de Golfoorlog had gezeten en kameraden verloor, vertelde dat hij na zijn terugkeer geen vaste plek meer kon vinden — zijn verloofde had intussen iemand anders — en daarom een vrachtwagen kocht. Al meer dan twintig jaar leeft hij op de weg: ladingen bomen van Oregon naar Georgia, routes naar Chicago en Tucson, en nu op weg naar Wichita met staaldraad. Zijn truck is zijn huis; voor hem is de mobiliteit vrijheid: "Dit is de ware vrijheid", zei hij terwijl hij at.
De serveerster noemde de verteller 'honey' en raadde Chicken Fried Steak aan, een platgeslagen en gepaneerde biefstuk met een romige jus van bloem en melk, geserveerd met puree en boontjes — het favoriete gerecht van de grijsaardige chauffeur. Op zijn spijkerjas prijkte een adelaarsspeld; volgens hem koop je zulke symbolen bij de grote truckstops als je begrijpt wat vrijheid betekent. Het gesprek schetst een intiem portret van nomadisch bestaan en de troost die de weg kan bieden.