Er kwam nog niet één klimaatmigrant naar Nederland, maar bestaat hij wel?

donderdag, 1 januari 2026 (12:52) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

In kustdorp Cedeno (Honduras) en in droge streken van Niger toont zich het menselijke gezicht van klimaatverandering: huizen en dorpen die langzaam ontruimd worden door zeespiegelstijging of mislukte oogsten en onvoorspelbare regenval. Persoonlijke verhalen — zoals die van Telma Yadira Flores die haar huis verloor door een stormvloed, en veehouder Djouba Fedou die zijn kudde zag slinken en uiteindelijk met zijn gezin moest vertrekken — illustreren hoe langzaam opgebouwde klimaatgevolgen mensen dwingen te verhuizen.

Migratie-econoom Ilse Ruyssen (Universiteit Gent) benadrukt dat klimaatmigratie een groeiend, complex probleem is. Extreem weer en geleidelijke processen zoals zeespiegelstijging en aanhoudende droogte leiden tot veel ontheemden, maar cijfers vertellen niet het hele verhaal: er is ook immobiliteit — mensen die willen vertrekken maar niet kunnen, of die bewust blijven in een omgeving die ze kennen. Vaak zoeken ontheemden eerst binnen hun eigen land een veilig heenkomen en keren velen later tijdelijk terug.

Ruyssen nuanceert alarmistische beelden dat Europa binnenkort overspoeld zal worden door “klimaatvluchtelingen”. Uit onderzoek blijkt dat massale transcontinentale migraties de komende decennia onwaarschijnlijk zijn; de meeste verplaatsingen blijven regionaal of nationaal. Bovendien erkent het huidige internationale asielrecht klimaatverandering niet als grond voor opvang, waardoor mensen die om klimaatredenen willen migreren niet automatisch aanspraak kunnen maken op asiel in Europa.

Tegelijkertijd waarschuwen anderen wél voor grote, langetermijneffecten. VN-secretaris-generaal António Guterres sprak over mogelijke enorme exodussen als de zeespiegel blijft stijgen — een risico dat met name laaggelegen eilanden en dichtbevolkte deltagebieden als Bangladesh al nu voelen. Klimaat kan ook conflicten aanwakkeren of verergeren; de situatie in Syrië en het opdrogen van het Tsjaadmeer zijn voorbeelden waarin klimaatstress bijdroeg aan sociale spanningen en ontheemding.

Als reactie pleit Ruyssen voor twee hoofdlijnen: mitigatie (minder opwarming betekent minder migratiedruk) en adaptatie. Dat omvat investeringen om mensen te helpen zich lokaal aan te passen, gerichte risicokaarting om middelen effectief in te zetten, en ondersteuning van georganiseerde, veilige migratie of hervestiging waar wonen geen toekomst meer biedt. Praktijkvoorbeelden bestaan al, zoals de verplaatsing van het Amerikaanse dorp Newtok vanwege smeltende permafrost.

Kortom: klimaatmigratie is reëel en groeit, maar verloopt divers en meestal regionaal. Beleid moet zowel uitstoot verminderen als mensen en gemeenschappen voorbereiden en ondersteunen — inclusief plannen voor beheerde verhuizingen — in plaats van te vervallen in paniekbeelden over een onmiddellijke ‘vloedgolf’ richting Europa.