Er is een stroomoverschot, geen tekort

vrijdag, 12 juni 2026 (09:02) - Indepen

In dit artikel:

TenneT waarschuwt dat er mogelijk al in 2028 een elektriciteitstekort ontstaat, maar een nadere blik op de cijfers laat zien dat die waarschuwing een vertekend beeld kan geven. De berichtgeving benadrukte dat het tekort zou komen door toenemende vraag door elektrificatie (warmtepompen, EV’s, industriële elektrificatie), terwijl het eigen onderliggende rapport van TenneT aangeeft dat het elektriciteitsverbruik in Nederland sinds circa 2005 feitelijk stabiel is en in recente jaren zelfs licht is afgenomen.

Historische data tonen dat het verbruik tussen 1990 en 2008 steeg naar ongeveer 123 TWh, waarna het daalde naar zo’n 115–120 TWh. De verwachte sterk stijgende vraag waarop TenneT haar toekomstscenario’s baseert berust voor een belangrijk deel op aannames over massale elektrificatie in industrie, transport en warmte; dat sluit minder goed aan bij actuele trends zoals efficiencyverbeteringen, sluiting en verplaatsing van energie-intensieve industrie (de-industrialisatie) en de remmende werking van hoge energieprijzen.

Tegelijkertijd heeft Nederland al een groot deel van zijn elektriciteitsproductie uit variabele bronnen: rond de helft van de opgewekte stroom is ‘groen’ (zon, wind, biomassa), maar elektriciteit vormt slechts ongeveer 20 procent van het totale energiegebruik. Dat betekent dat 50 procent duurzame stroom in termen van het totale energiegebruik neerkomt op circa 10 procent duurzame energie — een belangrijk nuancepunt dat vaak over het hoofd wordt gezien.

Het fundamentele probleem dat in het artikel wordt geschetst, is niet een tekort aan groene productie maar juist momenten van te veel variabele productie. Zon en wind leveren als jaargemiddelde al regelmatig meer dan de vraag, wat tot negatieve prijzen en het afschakelen (curtailment) van opgewekte stroom leidt. Als voorbeeld wordt Duitsland genoemd: sinds 2020 is het geïnstalleerd vermogen aan zon en wind daar sterk toegenomen (ongeveer +80%), maar de werkelijk geleverde elektriciteit steeg nauwelijks (ongeveer +7% over de eerste vijf maanden van recente jaren). Dit duidt op een verzadiging van het net en op dalende capaciteitsfactoren van nieuwe parken — ze produceren steeds minder per geïnstalleerde megawattuur doordat er vaker al voldoende andere duurzame bronnen leveren of omdat de totale vraag daalt.

Verschillende mechanismen verklaren deze ontwikkeling: kannibalisatie tussen zon en wind (de ene bron vermindert de waarde/afzet van de andere op momenten van overlappende productie), mogelijk onderlinge beïnvloeding van windopbrengst bij offshoreparken, en een dalende industriële vraag in Duitsland door hoge energieprijzen. Het resultaat is een elektriciteitssysteem dat zowel dagen met te veel duurzame productie kent als risico’s op tekorten tijdens windstille, donkere periodes (zogeheten Dunkelflautes). Daardoor blijft er behoefte aan betrouwbare back-up: kolen-, gas- of kerncentrales die beschikbaar zijn of blijven.

TenneT pleit daarom voor het opzetten van een capaciteitsmarkt, die fossiele centrales betaalt om standby te blijven draaien. De auteur van het artikel betoogt dat dit een symptoom is van een inefficiënt systeemontwerp: massale bijbouw van wind- en zonnecapaciteit lost het intermittentieprobleem niet op en leidt tot zware investeringsverspilling als die capaciteit vaak niet passend kan produceren. Conclusie: het energievraagstuk draait niet alleen om meer megawatts van wind en zon, maar om betere integratie — via opslag en netverzwaring, vraagsturing, flexibel fossiel of kernvermogen en slimme industriepolitiek — om zowel pieken af te vlakken als garanties te bieden bij tekorten.