Er hangt nog te vaak preutsheid rondom queer literatuur, vindt Splinter Chabot: 'Geniet niet alleen tussen de regels door!'

maandag, 30 maart 2026 (22:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Splinter Chabot presenteert met Twee prinsen een uitbundig, tegelijkertijd melancholisch liefdesverhaal dat hij zelf beschouwt als een soort ‘barok homoseksueel sprookje’ — zijn voorkeur voor het grote gebaar vat hij bondig samen: “More is more!” De roman is deels geïnspireerd op een brief over een echte jongen, Richard; hoewel de realiteit tragisch verliep (Richard pleegde zelfmoord na uit de kast te komen), gebruikt Chabot de fictie om hem symbolisch een ander, liefdevoler lot te geven en diens naam en fragmenten van zijn verhaal voort te laten leven.

Chabot reflecteert ook op zijn eigen schrijfontwikkeling. Zijn doorbraakroman Confettiregen schreef hij op zijn 23e in een intense, bijna obsessieve maand; hij koestert het boek, maar ziet inmiddels fouten in stijl en redactiekeuzes. Al overweegt hij het soms te herschrijven, zijn uitgever raadde dat af: het zou zijn vroegere stem verloochenen. Hij zegt dat een strengere redacteur destijds soms nuttig had kunnen zijn — een metafoor die hij omschrijft als het aansnoeren van een korset om de baljurk beter tot haar recht te laten komen.

Erotiek en representatie komen prominent aan bod. Chabot klaagt over een sluimerende preutsheid rond queer seksscènes in de literatuur: waar heteroseksuele, expliciete passages vaak worden geaccepteerd, blijken seks tussen mannen nog te worden genegeerd of afgeschermd. Hij roept op om queer erotiek zichtbaar en ongenuanceerd op papier te zetten, en noemt Gerard Reve’s sensuele observatie in De taal der liefde als een belangrijke ontdekking.

Hij noemt ook literaire hoogtepunten die hem troffen: de verpletterende rouw in Een klein leven en de intieme scène in I.M. van Connie Palmen. Voor jonge lezers adviseert hij kinderklassieker De mooiste vis van de zee vroeg mee te krijgen, en voor beginnende schrijvers The Picture of Dorian Gray en Wij zijn licht vanwege stijl en perspectiefwisselingen.

Chabot mijdt publieke afrekeningen met collega-auteurs — kritiek lijkt hem vaak kleinzielig — en geeft toe een ‘guilty pleasure’ te hebben voor politici-boeken, die hij leest op zoek naar verborgen anekdotes. In korte voorkeuren spreekt hij warme waardering uit voor Fitzgerald, Camus, Zadie Smith, Virginia Woolf en Murakami; hij zou graag de gebroeders Karamazov aan tafel willen hebben om hun roman door henzelf te laten uitleggen.