Epstein-files over de ECB

donderdag, 12 maart 2026 (08:02) - Indepen

In dit artikel:

De Epstein‑dossiers bevatten 976 documenten die de Europese Centrale Bank (ECB) raken. Het merendeel zijn nieuwsberichten en marktanalyses, maar tussen die stukken zitten ook vertrouwelijke e-mails en interne rapporten die een ander beeld schetsen van het beleid rond de crisisjaren 2007–2012, toen Mario Draghi aan de knoppen zat.

Het meest schokkend zijn twee bronnen: persoonlijke e-mails van bankier Jes Staley (destijds in de raad van bestuur van JPMorganChase en later kort CEO van Barclays) aan Jeffrey Epstein, en interne analyses van JPMorgan‑analisten. In die stukken staat dat ECB en Amerikaanse Federal Reserve nauwer hebben afgestemd dan publiekelijk bekend was, en dat de ECB al vroeg besloot tot langdurige, explosieve liquiditeitsoperaties (zoals een driejarig uitleenprogramma en omvangrijke opkoopprogramma’s). Volgens Staley werd die strategie in ieder geval deels gedreven door het willen steunen van commerciële banken en zwakkere eurolanden, ook als dat tegen het expliciete bezwaar van leiders uit Duitsland indruiste.

De documenten beschrijven grote bedragen aan door de ECB verstrekte liquiditeit: Staley spreekt in een mail over honderden miljarden aan kortstondige financiering op één dag, terwijl officiële ECB‑communicaties veel lagere cijfers gaven. JPMorgan‑analisten waarschuwden dat massaal bijdrukken en staatsobligatieaankopen zwartraking van risico’s uitstelden en de nadruk verlegden naar gunst voor banken en beleggers. Diezelfde stukken hekelen dat het monetaire beleid spaarders en lage inkomens hard treft (nulrente, inflatie, stijgende huizenprijzen) terwijl het landen als Griekenland, Spanje en Italië lucht gaf.

In interne notities wordt de ECB fel bekritiseerd: men ziet haar als aanjager van een uitverkoop en capital flight in Zuid‑Europa, en als instelling die met enorme monetaire interventies de verhoudingen binnen de EU verandert. Belangrijke kritiekpunten zijn gebrek aan transparantie over besluiten, de bilaterale afstemming met de Fed (en daarmee vermeende beïnvloeding door Amerikaanse belangen), en het feit dat beleidskeuzes vooral bank‑ en marktrenteprobleempunten lijken te hebben opgelost ten koste van het besteedbaar inkomen van burgers.

De Epstein‑bestanden roepen daarmee fundamentele vragen op over wie privaat marktgevoelige informatie kreeg, hoe beleidskeuzes tot stand kwamen en welke maatschappelijke kosten verbonden zijn aan grootschalige monetaire interventies in de eurozone.