Enquête coronabeleid schijnvertoning

zondag, 8 maart 2026 (11:46) - De Andere Krant

In dit artikel:

De parlementaire enquête naar het coronabeleid is door interne verschuivingen en verkiezingswisselingen steeds verder verzwakt, en lijkt inmiddels weinig kans te maken op een zwaar, kritisch eindrapport. Wat in de zomer van 2022 begon als een Tijdelijke Commissie Corona (TCC) met meerdere uitgesproken critici — onder wie Wybren van Haga, Pepijn van Houwelingen, Khadjira Arib en Pieter Omtzigt — verloor vroegtijdig momentum. Commissievoorzitter Khadjira Arib werd eind 2022 op omstreden wijze uit de Kamer gezet na anonieme beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag, een rel die haar vertrek en de samenstelling van het vervolgproces sterk beïnvloedde.

De formele parlementaire enquête startte in februari 2024 onder VVD’er Daan De Kort. Kritische stemmen waren sindsdien schaars; Gideon van Meijeren (FVD) was een van de weinigen die het coronabeleid openlijk betwistte, maar hij stapte in mei 2025 uit de commissie. Van Meijeren stelde dat de ambtelijke staf van circa twintig personen de inhoudelijke regie voerde — wie welke vragen stelde en aan wie — waardoor leden weinig ruimte kregen voor zelfstandig, diepgravend onderzoek. Hij eiste zelfs het recht om hoofdverantwoordelijken van de coronaperiode, zoals Mark Rutte en Hugo de Jonge, rechtstreeks en onder ede te ondervragen, maar die eis werd door de commissie verworpen.

De Tweede Kamerverkiezingen van oktober 2025 leidden tot een grootschalige personele doorstroming: De Kort bleef het enige herkozen commissielid. Later voegden zich Songül Mutluer (GroenLinks-PvdA) en Henk-Jan Oosterhuis (D66) bij de commissie; Oosterhuis vertrok weer en werd vervangen. Recent (op 26 februari) werd de commissie in allerijl aangevuld met drie jonge, relatief onervaren Kamerleden: André Poortman (CDA), Annelotte Lammers (Groep-Markuszower) en Dion Huidekooper (D66). Opvallend is Poortmans razendsnelle opkomst: kort na zijn aantreden als Kamerlid werd hij meteen benoemd in de enquêtecommissie, terwijl zijn achtergrond vooral bestaat uit theologische studies, werk voor het CDA-instituut en partijpodcasts. Lammers en Huidekooper, beiden begin jaren negentig geboren, missen evenmin dossierervaring met zorg of crisisbeleid; hun werkterreinen liggen respectievelijk bij asiel/migratie en OV/milieu/beleid. Huidekooper was tijdens de pandemie wel betrokken bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat in de context van de beademingsapparatenrace.

Voorzitter De Kort noemt de verjonging een positieve stap en vindt de nieuwkomers welkom “op een belangrijk moment”, maar critici zien het anders: volgens tegenstanders wordt de commissie zo bewust bevolkt met ‘lichtgewichten’, waardoor inhoudelijke tegenmacht afneemt en de feitelijke onderzoeksvoering grotendeels bij ambtelijke staf blijft liggen. Die afhankelijkheid van bureaucratische staf zou de kern van parlementaire controle — onafhankelijk, door volksvertegenwoordigers geleid onderzoek — uithollen.

De commissie moet volgens planning in december van dit jaar het eindverslag opleveren, maar door de personele wissels en uitstel lijkt die deadline onwaarschijnlijk. Een aangepaste planning werd aangekondigd maar nog niet openbaar gemaakt.

Tegelijkertijd bracht een verkennend CTIVD-onderzoek aan het licht dat de binnenlandse en militaire inlichtingendiensten tijdens de pandemie telefoons en online activiteiten van coronacritici hebben onderzocht. De toezichthouder concludeerde dat de surveillance in de onderzochte gevallen juridisch te rechtvaardigen was omdat betrokkenen mogelijk een risico voor nationale veiligheid en democratische orde vormden. Dat oordeel leidde tot felle reacties van voormalige commissieleden en critici, die spreken van onacceptabele surveillancepraktijken en waarschuwen dat kritische stemmen te snel als bedreiging werden ingeschaald.

Kortom: door wisselende samenstellingen, een sterke rol van ambtelijke staf en recente aanstellingen van weinig ervaren Kamerleden staat de parlementaire enquête naar corona onder druk. Of er alsnog een écht diepgravend, politiek belastend rapport zal komen, is op dit moment zeer onzeker.