Energiepaniek in Azië: hoe landen worden geraakt door oorlog in het Midden-Oosten

zaterdag, 21 maart 2026 (19:02) - NOS Nieuws

In dit artikel:

Aanvallen op energie-infrastructuur rond de Perzische Golf drijven de wereldwijde energieprijzen op en raken Azië extra hard omdat meer dan 80 procent van de door de Straat van Hormuz vervoerde brandstoffen bestemd is voor Aziatische markten. Door Iraanse aanvallen is scheepvaart via die route grotendeels onmogelijk geworden, met zowel economische als politieke terugslag in verschillende landen.

Japan
Japan haalt ruim 90 procent van zijn olie uit de Golfregio, waardoor snelle prijsstijgingen direct doorwerken in duurdere benzine, hogere transportkosten en zelfs productieproblemen bij bedrijven. De regering reageert met subsidies en het openen van strategische olievoorraden om acute pijn te dempen. Politiek staat Japan onder druk van de VS om bij te dragen aan veiligheid in de Straat van Hormuz, maar wettelijke beperkingen op militaire inzet en brede publieke tegenstand maken directe militaire betrokkenheid onwaarschijnlijk. Japan kiest daarom voor indirecte steun, zoals logistiek, en steunt internationale verklaringen voor veilige doorvaart zonder troepen te sturen.

India
In India veroorzaakt het energiegeweld vooral tekorten aan LPG voor commerciële gebruikers; restaurants schakelen soms over op hout of kolen, wat de al bestaande luchtvervuiling verergert. De overheid heeft regels versoepeld en huishoudens krijgen prioriteit bij distributie, maar paniekaankopen verergeren het tekort. India is voor ongeveer de helft van zijn LPG- en LNG-behoefte afhankelijk van doorvoer via de Straat van Hormuz en voert onderhandelingen met Iran om toevoer door te laten. Aanvallen op gasvelden in Qatar vergroten de zorgen, omdat veel Indiase industrie (bijvoorbeeld kunstmestproductie) afhankelijk is van Qatarese LNG.

China
China voelt voorlopig minder acute nood: jarenlang investeringen in binnenlandse opwekking, een mix van kolen, zonne- en windenergie, dammen en kerncentrales zorgen dat het land ongeveer 80 procent van zijn behoefte zelf kan opwekken en naar schatting vier maanden aan olievoorraden heeft. Toch zullen prijsstijgingen China raken; diplomatiek handhaaft Peking een neutrale lijn met oproepen tot dialoog en een speciale gezant, maar militaire inmenging is onwaarschijnlijk.

Zuidoost-Azië
De blokkade treft Zuidoost-Azië ongelijk: Vietnam kampt met lage noodvoorraden en stijgende scheepskosten, Myanmar ziet brandstoftekorten die effect hebben op de burgeroorlog, en Thailand en Laos ervaren lange rijen bij tankstations. Indonesië loopt politiek risico: hoge olieprijzen dreigen het begrotingstekort boven de wettelijke 3 procent te duwen, maar extra bezuinigingen kunnen sociale onrust aanwakkeren zoals vorig jaar.

Kortom: de energieoorlog in en rond de Perzische Golf vertaalt zich in hogere kosten, leveringsproblemen en geopolitieke spanningen in heel Azië, met elk land dat afwegingen maakt tussen economische noodmaatregelen, diplomatieke stappen en (politieke) stabiliteit.