"Energie-opbrengst wind op zee met 50 procent overschat"
In dit artikel:
Het rendement van offshore-windturbines blijkt veel lager dan waar het Nederlandse beleid op rekent, wat een nieuwe domper vormt voor de klimaatambities. Uit het Windenergie Infrastructuurplan Noordzee (WIN, juli) en onderzoek van netbeheerders, TNO en het PBL blijkt dat in beleidsdocumenten een capaciteitsfactor van circa 51,5% wordt gebruikt. Echter een recente wetenschappelijke studie van Carlos Simao Ferreira (TU Delft) met collega’s van DTU, gepubliceerd op 21 november in Cell Reports Sustainability, schat het theoretische rendement voor Nederland op ongeveer 34,6%. CBS-cijfers bevestigen dat de praktijk in 2023 en 2024 rond de 37–38% lag.
De onderzoekers analyseerden 72 grote windparken wereldwijd en vergeleken voor negen parken de werkelijke opbrengsten met nationale beleidsverwachtingen. In zeven van die negen gevallen bleken de beleidsprognoses te hoog; alleen twee Duitse parken vertoonden een lichte onderschatting. Met een model tonen ze aan dat er een fysieke bovengrens is: in steeds grotere en dichter gebouwde windparken vangen turbines elkaar wind af, waardoor de efficiëntie afneemt naarmate capaciteit en dichtheid toenemen.
Gevolgen voor Nederland zijn concreet: eerder dit jaar werden ambities al bijgesteld van 50 GW gepland vermogen in 2040 naar 30–40 GW wegens hoge kosten, toeleveringsproblemen en onzekerheid over opbrengsten. Lage energieopbrengsten kunnen investeringsbereidheid verder verminderen; twee van de drie geplande Nederlandse velden zijn uitgesteld en voor het project Nederwiek I-A (1–1,15 GW) kwamen geen vergunningaanvragen binnen, zo meldde demissionair minister Hermans op 30 oktober. Momenteel staan er 670 turbines in de Nederlandse Noordzee met samen 4,7 GW verdeeld over negen gebieden. Ook in Duitsland (augustus 2025) en Denemarken (eind 2024) waren er geen inschrijvingen op subsidievrije tenders.
De onderzoekers waarschuwen dat structureel overschatte opbrengsten niet alleen de elektriciteitsprijs opdrijven, maar ook de geplande opslagcapaciteit en de omzetting van wind naar waterstof aantasten; reeds gedane investeringen lopen risico op onderschikking met langlopende maatschappelijke en economische gevolgen. Eerdere theoretische studies (2020–2021) wezen al op opbrengstdalingen bij opschaling; de nieuwe publicatie bevestigt deze zorgen nu met uitgebreide analyses van daadwerkelijke opbrengstdata.