Energie-expert: "Neen, de regering kan niet opnieuw 1,88 miljard euro ophalen met overwinstbelasting"
In dit artikel:
De federale regering wil op Europees niveau pleiten voor een nieuwe overwinstbelasting om een deel van de extra winsten af te romen die energiebedrijven genieten door de sterk gestegen energieprijzen tijdens de huidige Iran‑crisis. Het kabinet maakte tegelijk 80 miljoen euro vrij voor verschillende vormen van energiesteun, maar premier Bart De Wever benadrukte eerder dat structureel geld weinig voorhanden is — een Europese heffing kan dus gelden als financieringsoptie.
Er is een precedent: tussen januari 2022 en december 2023 voerde de vorige Vivaldi‑regering zo’n heffing in, die volgens cijfers van de FOD Economie uiteindelijk 1,88 miljard euro opbracht. Daarvan kwam ongeveer 1,28 miljard uit de elektriciteitsproductie en circa 600 miljoen uit de petroleumketen (waaronder 400 miljoen van raffinaderijen en 200 miljoen van grotere brandstofhandelaars die als ‘primaire deelnemers’ zijn aangeduid).
Toch zal die opbrengst moeilijk te herhalen zijn. Energie‑expert Joannes Laveyne (UGent) wijst erop dat de eerdere elektriciteitsopbrengsten vooral van kerncentrales kwamen — terwijl er nu veel minder werkende kernreactoren zijn — en dat elektriciteitsprijzen tijdens de huidige crisis nauwelijks gestegen zijn. Daarom zal een nieuwe heffing volgens hem vooral op de petroleumsector mikken. Of die sector evenveel kan bijdragen is onzeker: winsten worden beïnvloed door lange termijninkopen en hedging, veel inkomsten kunnen upstream zitten buiten België en zijn dus lastig te belasten, en het bepalen van wat precies een ‘overwinst’ is blijft complex.
Fiscaal specialist Michel Maus (VUB) benadrukt dat elke euro welkom is en dat Europese steun de politieke haalbaarheid vergroot, maar ook hij wijst op twee kritische grenzen: de hoogte van de tarieven en de duur van de crisis, die beide de uiteindelijke opbrengst bepalen. De huidige energiesupport kost rond de 80 miljoen euro; ook een kleinere opbrengst kan dus al beleidsmatig zinvol zijn.
Een belangrijke rem blijft de juridische onzekerheid. Na de vorige invoering sleepten bedrijven de staat voor de rechter; diverse procedures lopen nog. Het Europees Hof van Justitie bevestigde in december dat België in principe een dergelijke heffing mocht invoeren, maar technische en rechtvaardigheidsvragen blijven open. Zekerheidswinst over de juridische houdbaarheid van een nieuwe heffing valt mogelijk pas later dit jaar te verwachten.