En wat als ze niet weg willen?
In dit artikel:
In Nederland is het debat rond “remigratie” niet meer marginale retoriek maar beleid dat in de praktijk wordt gebracht. Na de verkiezingen van 2017 waarin identiteit centraal stond en vooral sinds de winst van Geert Wilders in 2023, heeft het kabinet-Wilders/Schoof I maatregelen neergelegd die terugkeerbeleid en uitsluiting centraal stellen: meer capaciteit voor vreemdelingenbewaring, versnelde asielafwijzingen, beperkingen op beroepsmogelijkheden tegen uitsluiting en knelpunten bij naturalisatie en gezinshereniging. Daarmee wordt het terugdringen van migratie stevig institutioneel verankerd.
De steun voor dit gedachtegoed reikt verder dan de extreemrechtse partijen: ongeveer een kwart van de kiezers koos vorig jaar partijen die expliciet met termen als remigratie of ‘tribunalen’ flirtten (PVV, FvD, JA21), en grotere groepen kiezers van VVD, NSC en BBB legitimeren zulke maatregelen onder het mom van bestuurlijke verantwoordelijkheid. Alleen kleine fracties zoals PvdD en DENK vormen nog een zichtbaar tegenwicht.
De schrijver waarschuwt dat dit een normalisering is met potentieel gevaarlijke gevolgen. Historische voorbeelden en recente beelden uit de VS (razzia’s, geweld tegen bewoners) worden aangehaald als voorproefjes van wat grootschalige detentie en gedwongen terugkeer kunnen veroorzaken: gezinnen zonder vader, gemeenschappen die bang worden, en burgers die als ‘collateral damage’ worden gezien. Kritiek richt zich ook op de keurige, alledaagse steun voor deze koers: mensen die erbij blijven zeggen dat zij beschaafd zijn, maar toch meewerken aan of instemmen met praktijken die ontmenselijken.
Kortom: beleid en politieke cultuur verschuiven richting harde maatregelen tegen migratie, gesteund door een breed politiek en maatschappelijk draagvlak. De auteur zet vraagtekens bij de menselijke en democratische prijs van die koers en daagt de lezer uit stil te staan bij de consequentie: wat gebeurt er met mensen die niet willen of kunnen vertrekken?