Emhe van Duin is Joods én refo: „Een deel van mijn geloofsleven is misschien anders"
In dit artikel:
Emmie (Van) Duin vertelt hoe haar leven samenkomt rond geloof, afkomst en ziekte. Opgegroeid als ongewenst kind van een alleenstaande, rooms-katholieke moeder met Joodse wortels, vond ze troost en richting in een klein evangelieboekje dat haar als meisje op een evangelisatiekraam werd gegeven. Dat Johannesevangelie vormde het begin van een persoonlijke bekering en van een levenslange band met de Bijbel, ook al stuitte ze thuis op afkeuring en werd het boekje zelfs weggesmeten.
Na een moeizame jongvolwassenheid studeerde ze geneeskunde in Groningen en Rotterdam. Tijdens haar studentenjaren zocht ze actief naar bijbelgetrouwe verenigingen; aanvankelijk werd ze geweigerd vanwege haar kleding, later vond ze aansluiting bij Ichthus, waar ze ook haar latere man ontmoette. Het huwelijk hield drie jaar; haar man verliet haar voor een ander. Tegelijk kreeg ze steun en een pleegmoederachtige band met schoonfamilieleden, vooral met mevrouw Moerkerken.
Als arts maakte Van Duin ingrijpende momenten mee die haar geloof bevestigden, onder meer een herinnering aan een patiënte in coma waarvoor haar optreden samen met een pastor leidde tot een plotseling ontwaken en daarna sterven—een ervaring die zij als zinvol en door God geleid beschouwt. Ook werkte ze kort buiten Nederland, onder andere in Zambia, waar ze opereerde onder gevaarlijke omstandigheden.
Ruim veertig jaar geleden werd bij haar multiple sclerose vastgesteld. De ziekte heeft haar zo verzwakt dat ze al decennia in een rolstoel zit en twee keer per etmaal zuurstof nodig heeft. Desondanks benadrukt Van Duin haar veerkracht: ze regelt veel zelf, onderhoudt sociale contacten en heeft zich aangepast aan de beperkingen. Haar arbeidsloopbaan als arts nam abrupt af, maar zij ziet het werk dat ze deed als doelmatig — mogelijk bestemd voor bijzondere, zingevingvolle momenten.
Een opvallende draden door haar verhaal zijn haar Joodse afkomst en haar devotie als christen. Door oorlogstrauma’s in de familie hield ze haar joodse achtergrond lange tijd stil; haar grootmoeders familie leed in de Tweede Wereldoorlog veel verlies, en dat veroorzaakte bij haar moeder en tante veel verdriet. De bewustwording en openheid over haar Joodse wortels zijn de laatste jaren toegenomen, mede als reactie op gebeurtenissen zoals 7 oktober 2023 en het conflict in Gaza. Als student nam ze Hebreees en bleef ze betrokken bij Hebreeuwse bijeenkomsten; recentelijk volgt ze e-mailteksten (Efemeriden) van een predikant die haar hielpen geloven dat je voluit christelijk kunt zijn én joodse identiteit kunt koesteren.
Van Duin houdt vast aan een reformatorische spiritualiteit: ze voelt zich thuis in haar kerkelijke kring, al erkent ze dat ze niet altijd past bij alle gebruiken en gedragsregels. Ze verzet zich tegen het “joodje spelen” van sommige Messiaanse groepen; zij kiest er eerder voor reformatorisch-christen te blijven, met empathie en steun richting Joodse mensen. Praktisch gelovig bidden en directheid in gebed zijn kenmerkend voor haar manier van geloven—een stijl die ze terugvoert op de warmte van de evangelist op de markt, broeder Huis, die haar als meisje het evangelieboekje gaf en later met oprechte zorg voor haar bad.
In haar mantelzorgwoning, kwetsbaar maar zelfstandig dankzij mantelzorg en vrienden, probeert Van Duin het leven positief te zien. Ze noemt de ziekte ook een gelegenheid tot verbondenheid met God en met anderen: ondanks pijn en verlies ervaart ze dat God in praktische zaken voorziet en dat er ruimte blijft voor dankbaarheid en kleine wonderen, zoals vogels die nestelen en sneeuwklokjes in de lente.