Elon Musk is niet alleen een redder, clown en slechterik. Hij belichaamt een wereldbeeld: het muskisme

woensdag, 4 maart 2026 (11:46) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Quinn Slobodian en Ben Tarnoff beschrijven (4 maart 2026) hoe Elon Musk niet louter een excentrieke miljardair is, maar de belichaming van een bredere moderniseringsideologie die zij ‘muskisme’ noemen — een 21e-eeuws tegenhanger van het 20e-eeuwse fordisme. Waar Fordisme massaproductie koppelde aan brede consumptie, belooft muskisme geen gedeelde welvaart maar “techno-soevereiniteit”: autonomie verzekerd door toegang tot Musks infrastructuren (Tesla, SpaceX, Starlink, X, Neuralink, Grok), maar alleen voor een selecte groep. Die autonomie creëert tegelijk afhankelijkheid, omdat Musk feitelijk de sleutel tot die gesloten systemen in handen heeft.

Wat gebeurt er nu en waarom is dat belangrijk?ruimtevaart- en communicatietechnologieën van Musk zijn steeds meer verweven met staten en militaire macht: het Pentagon en NASA vertrouwen op SpaceX, Starlink speelt een rol op slagvelden, en sociale platformen en AI-diensten raken verweven met bestuur en publieke opinie. Tegelijk zet Musk retoriek en trolling in als instrumenten — niet louter persoonlijk theater, maar experimenten om aandacht, markten en algoritmes te testen en te sturen. Zijn macht steunt dus op technologische infrastructuur, politieke allianties en het vermogen om publieke verwachtingen omtrent toekomstige doorbraken hoog te houden.

Muskisme heeft ook een uitgesproken autoritair‑etnische onderstroom. De auteurs tonen hoe de ideologie empathie ziet als een kwetsbaarheid, migratie en demografische verandering als bedreigingen voor “het Westen”, en uitsluiting en zuivering als mogelijke remedies: gezuiverde netwerken, ideologisch gecapte AI-modellen en massadeportaties behoren tot de denkbare maatregelen. Deze antimigratie- en pronatalistische obsessies (Musk sprak herhaaldelijk over een “bevolkingsondergang” en steunt rechts-populistische partijen) koppelen technologische uitsluiting aan etnische en culturele uitsluiting.

De essayisten schetsen vier mogelijke trajecten voor de toekomst van het muskisme:
- Co2‑Musk: een focus op elektrificatie en klimaattechnologieën — opslag van zonne-energie, geo‑engineering en CO2‑verwijdering — waarbij Tesla en filantropische projecten klimaatscenario’s sturen.
- Hofleverancier‑Musk: intensievere samenwerking met de staat als vaste leverancier van defensie- en ruimtetechnologieën (al gebeuren dit soort verbinden al, bijvoorbeeld contracten voor raketsystemen en satellieten).
- Compound‑Musk: privaat afgeschermde gemeenschappen en instituties (eigen scholen, fabriekssteden, pronatalistische netwerken) die demografische angst en etnische scheidslijnen verankeren in fysieke en sociale “compounds”.
- Cyborg‑Musk: een toekomst die draait om grootschalige robotica, neurale interfaces en digitale superintelligentie; mens en machine fuseren in een cybernetisch bestel, terwijl Musk tracht de macht over die transitie te consolideren.

De auteurs wijzen op belangrijke spanningen en kwetsbaarheden: Musks persoonlijke fortuin is sterk gebonden aan aandelenwaarde — zijn invloed vereist blijvende geloofsinvesteringen in toekomstige technologische successen. Economische terugval of falende hype kan die basis ondermijnen. Politiek speelt de huidige internationale context in zijn voordeel: dalend vertrouwen in instituties, opkomst van extreem‑rechts en geopolitieke fragmentatie maken samenlevingen ontvankelijk voor beloften van technologische soevereiniteit en grensversterking.

Belangrijke voorbeelden illustreren de analyse: Musk’s publieke optredens en tweets worden gereciteerd als politieke signalen; zijn aanwezigheid op evenementen van rechts‑extremisten en uitspraken over migratie laten zien hoe ideologie en machtspolitiek samenvloeien; zijn onderwijsprojecten (Ad Astra, latere scholen in Texas) en aanleg van fabriekssamenlevingen tonen de neiging tot privaatheit en controle. Tegelijk waarschuwen de auteurs dat de massaproductie van AI en robots enorme ecologische kosten heeft en dat Musk’s cyborgfantasieën milieu en samenleving kunnen ondermijnen.

Kernconclusie: Musk is symptomatisch van een breder project dat technologie gebruikt om soevereiniteit te beloven aan enkelen en uitsluiting aan velen. Het muskisme past goed bij een meer gefragmenteerde, angstige wereld — maar het is geen natuurverschijnsel: het is het resultaat van politieke keuzes, privékapitaal en institutionele verwevenheid met de staat. De toekomst die uit dit project voortvloeit, is onzeker en pluriform: van nuttige decarbonisatietechnologieën tot militarisering van de ruimte, gesloten elitestructuren en een cyborg‑hiërarchie waarbij menselijke bestuurders hun relevantie zien afnemen. De auteurs roepen daarmee op om Musk niet alleen als individu te lezen, maar als uitdrukking van een breed, technologisch‑politiek programma waarvan de maatschappelijke gevolgen verstrekkend kunnen zijn.