Eloisa werd beschoten in het winkelcentrum, vijftien jaar geleden. Ze was tien
In dit artikel:
In Alphen aan den Rijn, in winkelcentrum De Ridderhof, werd tienjarige Eloisa Matze vijftien jaar geleden het slachtoffer van de eerste massale schietpartij in Nederland: zeven doden (inclusief de schutter) en zeventien gewonden. Een kogel miste haar stuitje; de gebeurtenis liet diepe, langdurige psychische littekens. Haar buurmeisje verloor twee pleegouders, haar stiefvader raakte zo aangedaan dat hij “draaide door”, terwijl de directe hulpverlening aanvankelijk vooral naar volwassenen ging.
Eloisa kreeg pas laat passende zorg. Na jaren van onuitgesproken angst, opstandig gedrag en vijf opvanggezinnen belandde ze uiteindelijk in therapie, maar veel behandelingen waren niet op haar situatie afgestemd. Pas na lange wachttijden kreeg ze EMDR tegen PTSS aangeboden. In de tussentijd zocht ze houvast bij een relatie met een achttien jaar oudere postbezorger; uit die relatie werd haar dochter Yinthe geboren. Eloisa verbrak de relatie om haar kind te beschermen.
Yinthe werd meervoudig gehandicapt en is vrijwel blind en niet zelfstandig mobiel. Artsen verwachtten niet dat ze lang zou leven, maar inmiddels is ze zes jaar en ontwikkelt ze zich stapje voor stapje. Eloisa, nu 25, woont nog in Alphen, zorgt vrijwel fulltime voor haar dochter en ontvangt professionele begeleiding en opvang. Ze ervaart meer rust en kracht dan jaren geleden en legt de nadruk op het belang van aandacht voor kinderen: die aandacht noemt ze levensbepalend voor herstel en ontwikkeling.
Het verhaal illustreert hoe traumatische gebeurtenissen lang doorwerken, hoe tekortschietende of te late zorg schade kan vergroten, en hoe aandacht en passende ondersteuning wezenlijk kunnen bijdragen aan herstel en veerkracht.