Ellen de Bruins schrijfplezier in 'De butler van God' springt vanzelf op je over

woensdag, 25 maart 2026 (10:29) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Ellen de Bruins derde roman, De butler van God, begon als mogelijke inzending voor het Boekenweekgeschenk en werd na een plek bij de laatste zeven tot een volwaardige roman uitgewerkt. De criticus bespreekt het werk (artikel verschenen 25 maart 2026) als een energieke, vaak geestige satire op de hedendaagse kunstwereld, gesitueerd rond de Biënnale van Venetië en met scenes in een vervallen Venetiaans palazzo en een appartement in de Jordaan.

Het verhaal draait om een stel herkenbare types uit dat milieu: de ambitieuze jonge tekenares Timmie, die wil werken aan een graphic novel over Atlantis maar met afwijzing en waterschade kampte; de flamboyante galeriehoudster Margje Wijdveld, die zichzelf Maggie Green noemt; haar echtgenoot Joos, een BN’er-psychiater; en hun dochters Fern en Kelly, wier levens keuzes en ongeluk met elkaar vervlechten. De plot escaleert wanneer een klimaatactivistische aanslag met een drone en een zwarte verfbom het palazzo treft en Maggie toevallig slachtoffer wordt. Door een reeks samenloopjes raken personages en plotlijnen – een beroemde acteur die verbouwt, een appartement boven Timmie, schade aan haar schetsen – met elkaar verknoopt op manieren die de geloofwaardigheid soms overspannen.

De recensent prijst De Bruin vooral om haar speelse toon en inventieve metaforen: kleine observaties en beeldspraak geven het boek veel levendigheid. Tegelijkertijd worden personages vaak als millennial‑stereotypen neergezet en werken sommige toevalligheden te geforceerd voor een roman van dit formaat. Waar vakgenoten als Christoph Peters in vergelijkbare satirische settings meer psychologische diepgang en morele spanning bieden, blijft bij De Bruin die ernst grotendeels weggemoffeld achter de kolder. Toch zit er onder de glitter een literaire laag: vervallende locaties weerspiegelen familiedynamiek en de dochters kunnen gelezen worden als slachtoffers van een rijke, emotioneel onvermogen moeder. Na de aanslag zoekt Maggie zelfs een soort reset bij de mysterieuze ‘butler van God’ op zijn eiland met infinitypool en kunstcollectie.

De eindconclusie is mild: wie het boek als licht, amusant intermezzo leest, beleeft er veel plezier aan; wie echter verlangt naar scherpere karakteropbouw en minder plotmatige toevalligheden, zal teleurgesteld raken. De schrijver vindt het begrijpelijk dat het werk hoog eindigde bij de Boekenweek‑jury en plaatst De butler van God in een traditie van satirische portretten van de kunstwereld, met referenties aan Houellebecq en Zwagerman als literaire voorgangers.