Elke tien dagen een nieuwe kerk: evangelische opmars in seculier Frankrijk
In dit artikel:
Tussen 1950 en 2023 is het aantal evangelische christenen in Frankrijk explosief gegroeid: van circa 50.000 naar ongeveer 745.000. Volgens de evangelische koepel CNEF zijn er sinds 1970 zo’n 2.200 nieuwe evangelische gemeenten bijgekomen; Frankrijk telt nu ruwweg 3.200 kerken en naar schatting zo’n 2 miljoen protestanten, waarvan bijna 60 procent evangelisch is. Gemiddeld ontstaat er volgens CNEF ongeveer één nieuwe evangelische gemeente per tien dagen.
Een concrete uiting van die dynamiek is La Chapelle de Nesle in Parijs. Predikant Samuel Foucachon begon daar in juni 2012 met een kleine groep bijeenkomsten, waarbij een enkel concert en uitleg over christelijke achtergronden al snel bezoekers trok. De gemeente, aangesloten bij het behoudende Unepref‑verband, groeide organisatorisch naar zo’n dertig leden maar trekt op zondag geregeld tot zeventig aanwezigen — vooral jongvolwassenen — en heeft recent na jaren van zoeken een eigen kerkgebouw aan de Rue de Nesle betrokken. Unepref onderhoudt banden met Nederlandse reformatorische kerken en richt zich actief op stadsplanting.
Het territoriale beeld van het Franse protestantisme is verdeeld. Traditioneel concentreert het protestantisme zich in de zogeheten “croissant protestante” (Cévennes, Rhônevallei, Elzas), maar de recente evangelische groei speelt zich vooral in stedelijke gebieden af. In Parijs zien niet alleen evangelische gemeenten maar ook grotere protestantse en rooms‑katholieke parochies een hernieuwde belangstelling; voorbeelden zijn de Oratoire du Louvre (EPUdF), met duizenden betrokken gezinnen en een zichtbaar online bereik, en een stijgend aantal jongeren in kerkdiensten.
De oorzaken van de groei zijn meervoudig. Sociologische studies (CNRS, IFOP) en Le Monde schatten dat ongeveer 60 procent van de evangelische toename samenhangt met migratie. Het overige deel komt voor rekening van bekeringen van voormalige rooms‑katholieken en mensen die eerder niet‑religieus waren. De coronapandemie wordt door woordvoerders en predikanten genoemd als katalysator: de crisis zette veel Fransen aan het denken over zin en zingeving, wat tegelijk een zoektocht naar spiritualiteit op gang bracht.
Kenmerken die de evangelische kerken aantrekkelijk maken zijn onder meer nadruk op de Bijbel als gezaghebbend, bekering en een persoonlijke relatie met God, missionaire inzet, informele liturgie met veel muziek, en flexibele, niet-hiërarchische organisatievormen. Daarnaast werken moderne media (live‑streams via Zoom en YouTube) als verlengstuk van de samenkomsten en helpen ze nieuwe doelgroepen te bereiken.
Tegelijk klinken zorgen over de duurzaamheid van die groei. Critici wijzen op een gebrek aan theologische diepgang bij veel evangelische groepen door hun losse structuren, met het risico dat ontwikkeling oppervlakkig of fragmentarisch blijft. Initiatieven als de theologische faculteit Jean Calvin in Aix‑en‑Provence en het netwerk Évangile 21 willen daarom evangelische leiders theologisch toerusten, hen verbinden met reformatorische tradities (Calvijn, Luther, Augustinus) en zo de beweging verankeren in Schrift en belijdenis.
Ook binnen het traditionele Franse protestantisme vinden veranderingen plaats: sommige gereformeerde en lutherse kerken zijn zichtbaarder progressief geworden, wat volgens historici en predikanten deels heeft bijgedragen aan het relatieve verlies van leden. In die context profileert het evangelicale spectrum zich vaak explicieter als Bijbelgetrouw en missionair, en weet het in veel stadscentra nieuw publiek aan te spreken.