Elke rechtbank beslist te laat over vertraagde Woo-zaken - soms wel vier maanden later dan mag

dinsdag, 28 april 2026 (06:08) - Follow the Money

In dit artikel:

De Wet open overheid (Woo) werkt in de praktijk slecht omdat de rechtbanken te traag zijn met het behandelen van beroepen-niet-tijdig-beslissen (BNTB). Follow the Money, de Volkskrant en expertisecentrum SPOON onderzochten alle elf Nederlandse rechtbanken en concludeerden dat geen enkele rechtbank in 2025 de wettelijke beslistermijn voor deze zaken haalde; sommige rechtbanken bleken maanden achter te lopen.

Praktijkvoorbeeld: voormalig UvA-studente Anna Laan en twee medestudenten vroegen in april 2023 via de Woo alle samenwerkingscontracten tussen de Universiteit van Amsterdam en twaalf grote fossiele-energiebedrijven op. Waar de wet een besluit binnen zes weken voorschrijft, duurde het in hun zaak uiteindelijk 833 dagen. Tweemaal moesten zij een BNTB starten om druk te zetten; telkens reageerde de universiteit pas net voordat een dwangsom zou ingaan. Het grootste knelpunt bleek echter dat de bestuursrechter zelf meer dan 300 dagen nam om die beroepen te behandelen, zodat de studenten tegen de tijd dat de stukken openbaar werden alweer waren afgestudeerd.

Hoe het systeem hoort te werken: een bestuursorgaan heeft in principe 28 dagen om op een Woo-verzoek te beslissen, met éénmalig 14 dagen uitstel mogelijk; na in gebreke stellen volgen nog eens 14 dagen en daarna kan een BNTB worden gestart. De rechter heeft acht weken om te beslissen en de overheid krijgt doorgaans nog twee weken; formeel kan een dwangsom na maximaal 112 dagen volgen. In de praktijk zijn rechtbanken echter sterk vertraagd: Amsterdam steeg van gemiddeld 51 dagen (2022) naar 189 dagen (2025) voor BNTB’s; vergelijkbare stijgingen zie je in Zeeland-West-Brabant (186), Oost-Brabant (199) en Overijssel (154). Door grote verschillen tussen rechtbanken hangt de snelheid van rechtsbescherming nu deels af van je postcode.

Rechtbanken geven als verklaring de explosieve toename van het aantal BNTB’s, vooral door asiel- en toeslagenzaken, en melden dat alle BNTB’s op volgorde van binnenkomst worden afgehandeld. Daardoor belanden Woo-zaken op één stapel met andere prioritaire dossiers en lijden ze onder de druk. SPOON-onderzoeker Tim Staal en anderen vinden die verklaring onvoldoende: zij pleiten voor speciale afhandeling of vaste specialisten voor Woo-beroepen, zodat transparantiezaken niet onnodig vertragen door andere crisisdossiers.

Een belangrijk neveneffect is dat veel BNTB’s zodanig lang op de plank liggen dat het bestuursorgaan intussen zelf besluit en er nooit een dwangsom volgt. In 2025 kwamen er circa 1.300 BNTB’s binnen bij de rechtbanken, maar slechts ongeveer 600 zaken kregen een uitspraak; ruim de helft verdween dus zonder behandeling of dwangsom. Dat ondermijnt volgens juristen als hoogleraar Annemarie Drahmann de effectiviteit van de Woo, de rechtsbescherming van burgers en het vertrouwen in de rechtspraak.

Samengevat: de Woo biedt formeel een snel instrument tegen traag bestuur, maar doordat de bestuursrechterssystemen overbelast zijn en BNTB’s zich opstapelen, is dat instrument voor veel verzoekers uitgehold. Oplossingen die naar voren komen zijn meer capaciteit en specialisatie binnen rechtbanken en prioritering van openbaarheidzaken; zonder ingrepen blijft het recht op informatie in de praktijk moeilijk afdwingbaar.