Eindrapport van onderzoekscommissie over Operatie Kelk: "Kerk probeerde onderzoek te beïnvloeden, niet duidelijk of dat gelukt is"
In dit artikel:
Een onderzoekscommissie concludeert in haar eindrapport over Operatie Kelk dat de Kerk pogingen heeft ondernomen om het gerechtelijk onderzoek naar grootschalig seksueel misbruik te beïnvloeden, maar dat niet vaststaat of die pogingen ook daadwerkelijk beslissend waren. De commissie zette haar onderzoek op nadat de VRT-documentairereeks Godvergeten leidde tot nieuw onderzoek in september 2024.
Operatie Kelk zelf begon in 2010: op 24 juni voerden speurders huiszoekingen uit in onder meer het aartsbisschoppelijk paleis en de kathedraal van Mechelen, in de privéwoning van kardinaal Danneels, bij een commissie onder leiding van kinderpsychiater Peter Adriaenssens en in het Rijksarchief. Onderzoekers wilden inzicht krijgen in wat de Kerk wist over het misbruik en welke maatregelen waren genomen; zelfs een crypte in de kathedraal werd daarvoor geopend. Het gerechtelijk dossier sleept zich sinds 2010 voort; vorig jaar bepaalde de raadkamer dat er geen proces komt omdat veel feiten verjaard zijn of verdachten niet meer leefden of al veroordeeld waren. Er loopt nog een beroepsprocedure.
Belangrijkste bevindingen van de commissie:
- Pogingen tot beïnvloeding: de commissie meldt agressieve telefonische benaderingen van de advocaat van de Kerk, Fernand Keuleneer, richting de onderzoeksrechter en wijst op een koerswijziging bij het parket-generaal na ontmoetingen tussen Keuleneer en magistraten. Keuleneer heeft toegegeven dat hij actief probeerde invloed uit te oefenen als onderdeel van zijn werk. Tegelijk merkt de commissie op dat er geen juridisch of deontologisch verbod is op overleg tussen het openbaar ministerie en verdedigers.
- Rol van politieke actoren: de commissie noemt de herhaalde interventies en contacten tussen de toenmalige minister van Justitie, Stefaan De Clerck, zijn kabinet en het parket-generaal “ongewoon”. Er is geen onomstotelijk bewijs dat die contacten het onderzoek hebben beïnvloed; De Clerck ontkent elke inmenging.
- Duur van het onderzoek: de commissie oordeelt dat 15 jaar voor zo’n dossier buitensporig is en niet strookt met eisen van goede rechtsbedeling en de verwachtingen van slachtoffers. Oorzaken als de omvang en ouderdom van de feiten, onduidelijke wetgeving, zoekgeraakte stukken en spanningen tussen betrokkenen verklaren vertragingen maar rechtvaardigen volgens de commissie de uitloop niet.
De commissie formuleert 36 aanbevelingen en benadrukt dat het rapport alleen zin heeft als die maatregelen worden omgezet. Bij de stemming over het rapport stemde vrijwel de hele commissie vóór; alleen PVDA-PTB was tegen omdat die partij vindt dat de rol van De Clerck onvoldoende wordt belicht. Politici van verschillende partijen bekritiseerden het langdurige verloop van het onderzoek en de manier waarop slachtoffers volgens sommigen opnieuw tekort zijn gedaan door procedurele vertragingen.