Eindigt het thuisonderwijs voor 2.500 kinderen? Leerplichtambtenaren twijfelen
In dit artikel:
In Nederland is onduidelijkheid groot over ongeveer 2.500 kinderen die via artikel 5 onder b van de leerplicht vrijstelling krijgen omdat hun ouders vanwege levensovertuiging geen passende school vinden. Volgens het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) nam het aantal van 800 in 2017 toe naar 2.475 in schooljaar 2023-2024; latere schattingen noemen circa 2.850 kinderen. Ouders beroepen zich op dat wetsartikel om hun kinderen niet op een school in te schrijven en nemen vervolgens zelf de opvoed- en onderwijstaak op zich — een regeling die in de praktijk neerkomt op thuisonderwijs dat in Nederland juridisch niet bestaat, zonder voorwaarden of toezicht.
De situatie leidde tot veel uiteenlopende handelwijzen bij leerplichtambtenaren: in sommige gemeenten volstaat een formulier, in andere wordt het Openbaar Ministerie betrokken bij vermoedens van onterechte vrijstelling. Het OM heeft besloten dergelijke zaken niet meer systematisch te behandelen vanwege onduidelijke wet- en jurisprudentie en rechtsongelijkheid.
De Hoge Raad probeerde op 21 april meer kaders te geven: vrijstelling op grond van 5 onder b mag volgens die uitspraak alleen nog worden toegekend wanneer er geen openbare school in de buurt is — voor basisscholen geldt een afstandsgrens van 6 km, voor middelbare scholen 20 km. Die uitspraak creëert echter nieuwe onzekerheden omdat niet is uitgesproken wat er moet gebeuren met de reeds bestaande vrijstellingen. Leerplichtprofessionals moeten jaarlijks vóór 1 juli een herhaalberoep beoordelen, maar weten niet of ze bestaande vrijstellingen massaal moeten afwijzen, een overgangsregeling moeten toepassen of maatwerk kunnen hanteren, zeker als in één gezin tegelijk een herhaal- en een eerstaanvraag lopen.
Er zijn ook maatschappelijke zorgen. In het televisieprogramma BOOS vertelden twee thuisonderwezen jongeren over slechte scholing en mishandeling; omdat deze kinderen buiten het zicht van scholen vallen, is het onduidelijk hoe vaak dit voorkomt. Het NJi pleit niet per se tegen thuisonderwijs, maar wel tegen een constructie zonder toezicht: het risico op verwaarlozing en het ontbreken van sociale ontwikkeling en blootstelling aan andere zienswijzen zijn problematisch.
De Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs (NVvTO) is kritisch op de Hoge Raad-uitspraak en vindt dat de rechter niet in de rol van wetgever moet treden; de vereniging wil wettelijke regulering en erkenning van thuisonderwijs inclusief toezicht, en waarschuwt dat gezinnen anders zouden kunnen uitwijken naar landen waar thuisonderwijs is toegestaan. Bestuurders van leerplichtorganisaties en het ministerie voeren gesprekken met het OM om de praktische gevolgen van de uitspraak vóór het naderende beoordelingsmoment helder te krijgen.