Eindelijk paaisucces aangetoond voor rivierprik op de Veluwe
In dit artikel:
Voor het eerst is overtuigend aangetoond dat rivierprikken zich weer voortplanten op de Veluwe: genetisch onderzoek in het Griftsysteem en aangesloten beken leverde in 2025 één rivierpriklarve op tussen zestig bemonsterde larven. Dat resultaat, bekendgemaakt op 31 maart 2026, bewijst dat jarenlange overzetacties effect sorteren en dat herstel van deze trekkende, kaakloze vis binnen bereik komt.
Rivierprikken hebben een complexe levenscyclus: ze leven jaren als blinde bodemlarven in zoet water, ondergaan daarna metamorfose, trekken naar zee waar ze tijdelijk parasitair leven en keren uiteindelijk terug naar zoet om te paaien. In tegenstelling tot zalm keert de rivierprik niet noodzakelijk naar zijn geboorteplek terug maar volgt geursporen (feromonen) van larven stroomopwaarts. Sinds 2017 bleek dat rivierprikken via het Apeldoorns Kanaal tot in de Oude Grift doordringen, maar barrières zoals de Hezenbergerstuw en een waterkrachtcentrale blokkeren hun tocht. Daarom zetten RAVON, Waterschap Vallei en Veluwe en provincie Gelderland sinds 2019 dieren over naar geschikte paaigebieden.
In 2026 zijn opnieuw 217 exemplaren overgezet (minder dan de bijna 800 in 2025), maar jaaraantallen hangen sterk af van cohortsterkte en rivierafvoer. Het doel blijft een zelfvoorzienende populatie; daarom wordt onderzocht hoe knelpunten passeren gemaakt kunnen worden. Tegelijkertijd zetten RAVON en WUR genoomsequencing in om de relatie tussen rivier- en beekprik, migratieroutes en de genetische gezondheid van populaties verder te ontrafelen. Het herstelproces gaat door.