Einde voor enige eendenslachterij van Nederland
In dit artikel:
Tomassen Duck‑To in Ermelo, de enige eendenslachterij van Nederland, krijgt geen nieuwe vergunning en moet sluiten. De gemeente trekt ook bestaande vergunningen in, naar aanleiding van een Bibob-onderzoek waarin wordt geconcludeerd dat er een “ernstig gevaar” bestaat dat het bedrijf vergunningen zou gebruiken om overtredingen te plegen. Dit oordeel is gebaseerd op een lange reeks klachten en sanctioneringen rond dierenwelzijn, milieu en voedselveiligheid.
De slachterij lag al langer onder vuur: omwonenden meldden stank en verkeersoverlast, de gemeente betwistte illegale bouwsels en toezichthouders en actiegroepen publiceerden beelden van mishandeling tijdens vangst en slacht. Tomassen fungeert als ketenregisseur voor de Nederlandse eendensector; ongeveer 36 eendenboerderijen laten hun dieren daar slachten. In 2024 werden in Nederland zo’n 4,6 miljoen eenden geslacht, waarmee de sluiting grote gevolgen kan hebben voor de productie en afzet.
De gemeente heeft Tomassen elf weken de tijd gegeven om het slachtproces af te bouwen; begin april moet het bedrijf stil liggen. Directeur Jeroen IJzerman stelt dat de Wet Bibob onjuist wordt toegepast en kondigt een gerechtelijke procedure aan. Hij wijst bovendien op NVWA-inspecties van de afgelopen twee jaar waarin volgens hem slechts één boete is opgelegd en zegt te beschikken over een actieplan.
De sector vreest verplaatsing van slacht naar het buitenland. Eendenhouders denken aan Duitsland of Polen als alternatieven, maar LTO‑voorman Kees de Jong wijst op dierenwelzijns- en transportproblemen en waarschuwt dat zonder binnenlandse slachtlocatie mogelijk alle Nederlandse eendenhouderijen verdwijnen. Lokale tegenstanders van de slachterij, die jaren protesteerden tegen geur- en geluidsoverlast, reageren opgelucht en zien de sluiting als een gewenst einde aan een slepend dossier.
Het besluit markeert zowel een juridische als een economische breuk: het is het resultaat van bestuurlijk onderzoek en handhavingsacties, maar leidt ook tot onzekere toekomstscenario’s voor boerderijen, arbeidsplaatsen en de leveringsketen van eendenvlees in Nederland.