Einde van een tijdperk? Etten-Leur mogelijk grootste gemeente zonder katholieke kerk
In dit artikel:
De Mariaparochie in Etten-Leur heeft aangekondigd dat de Lambertuskerk en de Petruskerk hun religieuze functie verliezen; de beslissing werd onlangs bekendgemaakt en raakt de twee laatste katholieke kerkgebouwen in de gemeente. Als aanleiding noemt het parochiebestuur vooral de steeds hoger oplopende onderhoudskosten van beide monumentale gebouwen, gecombineerd met dalende inkomsten, teruglopende kerkgang en minder priesters en vrijwilligers.
Voor de Lambertuskerk wordt al met potentiële kopers gesproken; de verkoop van de Petruskerk staat op een later moment gepland. De parochie verdwijnt echter niet uit de stad: men wil blijven vieren en zoekt een bestaand gebouw voor eucharistievieringen, doopsels en uitvaarten, omdat een nieuw te bouwen kerk volgens pastoor Jan‑Jaap van Peperstraten financieel te risicovol is. Van Peperstraten licht toe dat dit past binnen een bredere visie op de toekomst van de geloofsgemeenschap: "De geloofsgemeenschap van de toekomst vraagt om andere ruimten."
De stap van Etten‑Leur sluit aan bij een landelijke trend: onderzoeksbureau Kaski registreerde dat tussen 2014 en 2024 meer dan driehonderd Nederlandse kerken hun religieuze functie verloren. Met ongeveer 46.000 inwoners zou Etten‑Leur mogelijk de grootste Nederlandse woonplaats worden zonder katholieke kerk, wat het besluit bovenlokaal relevant maakt. Veel kerkgangers reageerden overrompeld maar begripvol; parochiaan Gerard de Rooij stelde dat het simpelweg onhoudbaar is om twee kerken te onderhouden en dat er iets moest gebeuren.
Het afscheid van de Lambertus- en Petruskerk markeert een ingrijpende verandering in de lokale religieuze infrastructuur en illustreert de bredere krimp binnen het Nederlandse katholicisme, ondanks hier en daar lichte signalen dat sommige jongeren weer interesse tonen.