Eind maart overleed Chan Santokhi. Zijn levenstaak 'een beter Suriname' was nog in volle gang
In dit artikel:
Chandrikapersad “Chan” Santokhi, voormalig politiechef, minister van Justitie en president van Suriname, overleed recent op 67‑jarige leeftijd. Zijn politieke leven draaide om één doel: Suriname weer op de rails krijgen. Als leider van de VHP won hij in 2020 de verkiezingen met de campagnekreet “W’o set’en”, maar trad een maand eerder aan dan gepland omdat de regering‑Bouterse de salarissen van ambtenaren niet meer kon betalen. Hij erfde daardoor een financieel uitgeput land en voerde strenge bezuinigingen door om het staatsboek weer op orde te krijgen.
Santokhi stond al decennialang tegenover Desi Bouterse. Als politiecommissaris en later als minister verzamelde hij bewijs rond de Decembermoorden en probeerde hij Bouterse’s drugslijnen aan te pakken; die confrontatie leverde hem de bijnaam “De Sheriff” op. Toen Bouterse in hoger beroep uiteindelijk tot twintig jaar cel werd veroordeeld, presenteerde Santokhi dat vonnis als een bewijs van het functioneren van de rechtsstaat. Tegelijk vormde de veroordeling een risicofactor voor de binnenlandse stabiliteit: Bouterse behield informele macht en Santokhi’s kabinet gaf uiteindelijk de mogelijkheid voor diens verdwijning.
Op economisch vlak boekte Santokhi zichtbare successen: zijn regering herschikte internationale schulden en voerde hervormingen door. Het meest opvallende wapenfeit was de mega‑oliedeal van oktober 2024 (Gran Morgu), waarbij grote internationale bedrijven toestemming kregen voor winnende projecten voor de Surinaamse kust — een investering die het land op termijn uit armoede zou kunnen trekken. Toch voelde de bevolking vooral de pijn van de bezuinigingen en stijgende prijzen in de dagelijkse levensonderhoud.
Politiek kwamen Santokhi’s strikte maatregelen en bestuurstouches hem duur te staan. Kritiek op vriendjes‑ en familiepolitiek — onder meer benoemingen van zijn echtgenote, ook binnen de Raad van Commissarissen van het staatsoliebedrijf — en het gebrek aan overtuigende communicatie over de offers die nodig waren, deden zijn populariteit zakken. Acht maanden na het olie‑succes verloor zijn partij met één zetel van de NDP, ondanks dat Santokhi persoonlijk de meeste stemmen kreeg. Over zijn beleid zei hij eens: “Als je het land wil redden, dan moet je het niet half redden,” maar hij erkende ook dat de bezuinigingen niet goed waren uitgelegd aan de bevolking.
Santokhi sterft terwijl zijn missie onvoltooid bleef: hij wordt herinnerd als een doorzetter die de rechtsstaat wilde herstellen en het land economisch wilde herstellen, maar die politiek betaald heeft voor harde keuzes en bestuurlijke misstappen.