Eigentijds robuust
In dit artikel:
Het woord **‘robuust’** lijkt ineens overal op te duiken in de Nederlandse publieke taal, terwijl het volgens de auteur jarenlang nauwelijks werd gebruikt. In dit stuk fileert de schrijver die modegril in kranten, politiek en communicatie, waar het begrip volgens hem vaak slordig of onduidelijk wordt ingezet.
De kern van de klacht is dat **‘robuust’ oorspronkelijk iets fysieks en stevigs beschrijft** — een gebouw, een lichaam, een karakter — maar dat het nu zonder duidelijke reden wordt toegepast op zaken als **medicatie, beleid, vriendelijkheid en overheidsmaatregelen**. De auteur vindt dat taalgebruik overdreven modern en soms zelfs inhoudelijk leeg: woorden als “veilig en robuust” of “robuust beleid” zouden vooral verhullen dat er eigenlijk sprake is van iets halfbakken of moeilijk uit te leggen.
Hij noemt voorbeelden uit de media en uit de coronatijd, zoals de **avondklok**, die door toenmalig veiligheidsberaadvoorzitter **Hubert Bruls** werd omschreven als een van de meest robuuste maatregelen. Volgens de auteur had daar beter een krachtiger en preciezer woord gepast, zoals “draconisch” of “dwingend”.
De ondertoon van het stuk is speels maar kritisch: de schrijver waarschuwt dat het hergebruik van modieuze woorden als **‘robuust’** niet alleen taalarmoede verraadt, maar soms ook een gevoel van bravoure en mistigheid in de boodschap.
De Oranjezomer: Victor Vlam: 'Het zou te gek voor woorden zijn als dat geluid niet meer te horen is bij de NPO'