Hoge huizenprijzen drukken geboortecijfer in Nederland
In dit artikel:
Onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) toont dat mensen in koopwoningen gemiddeld vaker kinderen krijgen dan huurders. De onderzoekers, onder wie Daniel van Wijk, signaleren dat sterk stijgende huizenprijzen sinds rond 2013 de toegang tot geschikte gezinswoningen voor jongvolwassenen beperken. Die kloof tussen het type woning waarin jonge mensen een gezin willen beginnen en de woningen die ze kunnen bemachtigen noemt het onderzoek een 'mismatch'.
Als gevolg stellen veel jongeren het krijgen van kinderen uit of zien er mogelijk vanaf. Het gemiddelde aantal kinderen per vrouw daalde van 1,80 in 2010 naar 1,43 in 2024, een ontwikkeling die deels wordt toegeschreven aan de woningmarkt. Vrouwen in koopwoningen krijgen het vaakst kinderen; wonen in een vrijstaande woning verhoogt de kans op een eerste kind met circa 38 procent vergeleken met wonen in een appartement.
Huishoudens passen hun eisen voor een kindvriendelijke woning ondanks de krapte niet aan, mogelijk omdat zij hetzelfde woonmilieu willen bieden als waarin zij zelf zijn opgegroeid. Van Wijk verwacht dat het geboortecijfer wellicht weer kan stijgen wanneer de krapte op de woningmarkt afneemt. De bevindingen wijzen op een nauwe samenhang tussen woningbeleid, betaalbaarheid en gezinsvorming, met implicaties voor huisvestings- en demografisch beleid.