"Eigen volk eerst" is een onheus verwijt aan de SGP

zaterdag, 28 maart 2026 (16:52) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Bij de meest recente gemeenteraadsverkiezingen kreeg de SGP ruim 186.000 stemmen — bijna 30.000 meer dan de vorige keer — en won de partij 256 zetels, een groei van 28. Terwijl het CDA nagenoeg gelijk bleef en de ChristenUnie bijna honderd zetels verloor, reageerden christelijke media kritisch op de SGP-winst. Het Nederlands Dagblad, het Reformatorisch Dagblad en een reconstructie in Trouw suggereerden dat de partij profijt trekt van nationalistisch-populistische sentimenten en een koers vaart die neerkomt op een “eigen volk eerst”-houding die volgens sommige historici in de SGP diep verankerd zou zijn.

De auteur van het artikel verzet zich tegen die duiding. Hij noemt termen als “eigen volk eerst” en “christelijk nationalisme” stigmatiserend en waarschuwt dat zulke labels dicht tegen extremistische, racistische retoriek aanliggen. Volgens hem is het onterecht om de SGP–opkomst te reduceren tot aansluiting bij een rechts-populistische tijdgeest. In plaats daarvan plaatst hij de partij in de traditie van staatkundig-gereformeerd denken, waarin een theocratisch sentiment centraal staat: de overtuiging dat Gods spreken en de christelijke orde richtinggevend zijn voor politiek en samenleving. Dat gevoel van verlies ten opzichte van een seculariserende moderne tijd verklaart, zo stelt hij, veel van de politieke standpunten en bezorgdheden binnen de aanhang van de SGP.

Praktisch-politiek betekent dit volgens de schrijver dat SGP’ers nadruk leggen op concrete, lokale problemen en op het behartigen van de belangen van Nederlandse burgers. Campagne-uitingen in gemeenten zoals Ede — met leuzen over veiligheid, minder regels en bescherming van boeren tegen de wolf — illustreren die koers. De auteur vindt het volstrekt legitiem dat lokale politici prioriteit geven aan lokale oplossingen en wijst erop dat internationale afspraken (bijvoorbeeld over stikstof, migratie of natuurbescherming) soms als belemmering worden ervaren bij het vinden van werkbare, gemeentelijke maatregelen.

Tegelijk betoogt hij dat de tegenstanders van de SGP vaak technocratische, modern-liberale oplossingen propageren die uit internationale gremia en de EU komen en zo leiden tot wat sommige critici een bestuurlijk-juridisch moeras noemen. In dit spanningsveld positioneert hij de SGP als verdediger van vrijheid, gezond verstand en het recht om kinderen volgens eigen geloof op te voeden — punten die volgens de auteur niets te maken hebben met het “lelijke verwijt” van etnisch nationalisme.

De schrijver geeft aan niet ingehuurd te zijn om de SGP te verdedigen, maar sluit zich aan bij commentaren — onder meer van Diederik van Dijk — dat zorg voor Nederlandse cultuur en het behartigen van burgersbelangen geen synoniem is voor xenofobie. De auteur is historicus en doceert kerkgeschiedenis aan het Hersteld Hervormd Seminarium.