Eeuwenoude Pekingopera probeert zichzelf opnieuw uit te vinden
In dit artikel:
De Pekingopera, sinds 2010 erkend als immaterieel cultureel erfgoed van Unesco, verliest bezoekers. In de kunstenaarswijk Qianmen in Peking zijn van de circa honderd theaters die er ruim een eeuw geleden waren nog maar enkele over. Ook het historische Liyuan Theater, dat in 1785 opende en waar sterren als Mei Lanfang optraden, zoekt naar manieren om publiek te behouden.
Volgens theatermanager Ma Li begrijpen veel mensen de klassieke taal en zang niet meer. Ook staan de verhalen volgens haar te ver af van het dagelijks leven. Decennia waarin kunst in China sterk werd beperkt, gevolgd door snelle economische groei en massale verstedelijking, hebben de band tussen publiek en theater verzwakt.
Het Liyuan Theater probeert de opera toegankelijker te maken zonder de tradities los te laten. Het presenteert zich als een ‘belevingscentrum’, waar bezoekers vooraf uitleg krijgen over de vier hoofdrollen, de instrumenten en de betekenis van gezichtsmaquillage. Kleuren en patronen maken duidelijk welk karakter een speler vertolkt. De clown, die traditioneel in het Pekingaccent spreekt, fungeert bovendien als gastheer en licht de voorstelling toe. Projecties op de muur geven extra context bij de vrijwel lege traditionele scène.
Ook de overheid ondersteunt de kunstvorm met subsidies, onderwijs op scholen in Peking en samenwerking met onlineplatforms. Volgens Chinese media wijzen die maatregelen op een opleving, al verschillen de meningen over de vraag of alle vernieuwingen de opera versterken. Voor theaters en spelers is het voortbestaan van de Pekingopera daarmee nog onzeker, maar zeker niet afgeschreven.
De Oranjezomer: Victor Vlam kritisch tegen Dilan Yeşilgöz over VVD: 'Er gebeurt te weinig op jullie asielbeleid!'