Eerste Vlaamse kinderfietstelling brengt jonge fietsers in kaart: "Nood aan betere infrastructuur"
In dit artikel:
Vrijwilligers van de Fietsersbond telden vorige week tijdens vier ochtenden op 21 locaties in Vlaanderen en Brussel ruim 12.000 fietsers en publiceerden de resultaten vandaag op Wereldfietsdag. De telling — de eerste Vlaamse Kinderfietstelling — laat zien dat kinderen en jongeren bijna de helft van het fietsverkeer uitmaken tijdens de ochtendspits: 46 procent. Volwassenen vormen 48 procent, en 6 procent zijn kinderen die meerijden op de fiets van een volwassene.
Bij kinderen die niet zelfstandig rijden, is de bakfiets veruit het populairst (43%), gevolgd door longtails (25%) en kinderzitjes (22%); klassieke fietskarren komen nog maar in 7% van de gevallen voor. Een opvallende stad-platteland-scheiding blijkt uit de cijfers: op het platteland vormen lagere-schoolleerlingen 24% van de fietsstroom en zelfs 8% zijn zelfstandig fietsende kleuters. In stedelijke gebieden daalt dat tot circa 5% voor lagere-schoolleerlingen en 2% voor kleuters.
De telling geeft geen directe verklaring, maar de Fietsersbond wijst op mogelijk factoren zoals ouderlijke angst, drukker verkeer in steden, kortere afstanden tot scholen en het aanbod van openbaar vervoer. Volgens woordvoerder Wies Callens fietsen kinderen graag, maar gebrek aan veilige infrastructuur remt ouders. De organisatie wil de data gebruiken om gerichte aanbevelingen aan gemeenten te geven en volgend jaar een vergelijkende telling te doen om effecten van verbeteringen te meten.