Eerste Kamer akkoord met Europees Migratiepact dat meer asielzoekers moet weren, maar grote zorgen over de uitvoering
In dit artikel:
De Eerste Kamer heeft ingestemd met de invoering van het Europees Migratiepact in Nederland, waarmee het kabinet voorkwam dat Europese regels hier niet zouden kunnen worden doorgevoerd. Het besluit viel dinsdag en was grotendeels verwacht omdat het om verordeningen gaat die op EU-niveau ook van kracht worden. Minister Bart van den Brink waarschuwde dat bij een nee grote operationele chaos bij de IND zou ontstaan als de Nederlandse praktijk niet meer aansloot op de Europese kaders.
Coalitiepartijen D66, VVD en CDA steunden het pact; daarnaast stemden ook BBB, JA21, SGP, 50Plus, PVV en enkele eenpitters vóór. CU-fractie in de Eerste Kamer stemde verrassend tegen, terwijl die partij het wetsvoorstel in de Tweede Kamer nog steunde. Voorstanders zien in het pact kansen om de asielinstroom te verminderen en procedures te versnellen: de ambitie is om kansloze aanvragen binnen twee maanden te weigeren en reguliere procedures binnen zes maanden af te handelen (nu vaak langer dan 18 maanden).
Het pact brengt concrete wijzigingen: afschaffing van permanente verblijfsvergunningen, verkorting van tijdelijke vergunningen van vijf naar drie jaar en verruiming van gronden om aanvragen ongegrond te verklaren. Tegelijk klinken grote zorgen over de uitvoerbaarheid — door achterstanden bij de IND en de afhankelijkheid van landen als Griekenland voor eerste controles — en over maatregelen zoals de mogelijkheid om kinderen in detentie te plaatsen. Kritiek is er ook op het ontbreken van een overgangsregeling; lopende aanvragen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd worden omgezet naar tijdelijke vergunningen.