Eerste jaren in Nederland cruciaal voor integratie vluchtelingen, maar gebrekkige asielopvang belemmert start
In dit artikel:
Een tienjarig onderzoek onder ruim 3.000 Syrische vluchtelingen die tussen 2014 en 2016 een verblijfsvergunning kregen, laat zien dat de eerste jaren in Nederland bepalend zijn voor hun verdere integratie. De studie van het WODC, CBS en de Erasmus Universiteit Rotterdam concludeert dat taal leren, inburgering en toegang tot werk vroeg moeten worden geregeld. Integratie zet daarna niet vanzelf door.
Veel statushouders beginnen echter met een achterstand door langdurig verblijf in opvanglocaties, veel verhuizingen, beperkte voorzieningen, weinig privacy en lange wachttijden voor een verblijfsstatus. De onderzoekers waarschuwen dat de opvang- en wachttijden momenteel juist oplopen. Ook de groei van de noodopvang kan de mentale gezondheid verder onder druk zetten.
Bijna vier op de vijf onderzochte Syrisch-Nederlanders hebben last van angst- of depressieve gevoelens, tegenover 44 procent van de algemene bevolking. Langer in Nederland wonen leidt niet automatisch tot verbetering: eenzaamheid en ervaren discriminatie nemen juist toe. Volgens de onderzoekers verdwijnen vormen van ondersteuning, zoals buddyprojecten, vaak na de inburgeringsperiode, terwijl veel mensen moeite houden om een sociaal netwerk op te bouwen. Zij pleiten daarom voor betere traumazorg vanaf het begin en voor voorzieningen, zoals buurthuizen, die de hele bevolking kunnen verbinden.
Ook op de arbeidsmarkt bestaan grote verschillen. Na tien jaar heeft ongeveer een derde van de Syrisch-Nederlandse vrouwen een baan. Bij mannen ligt de arbeidsparticipatie inmiddels bijna op het niveau van de autochtone bevolking. Vrouwen werken minder vaak, onder meer doordat zij meestal de zorg voor kinderen dragen. Ouderen, vrouwen en lageropgeleiden spreken bovendien minder goed Nederlands en hebben een zwakkere arbeidsmarktpositie dan jongeren, mannen en hogeropgeleiden.
Het kabinet wil asielzoekers sneller laten werken, maar werk en inburgeringslessen kunnen elkaar in de praktijk verdringen. Een sterke focus op werk kan bovendien ten koste gaan van het leren van de Nederlandse taal. De onderzoekers zien meer in duale trajecten, waarin deelnemers op de werkvloer tegelijk Nederlands leren. Zulke startbanen bestaan al, maar zijn nog onvoldoende beschikbaar.
Vandaag Inside: Tina Nijkamp In de Wandelgangen kritisch op Rob Jetten: 'Waarom is hij nergens?!'